Als we
kijken naar de wet van Mozes, die door God is gegeven, zien we dat
het tweede gebod een opmerkelijk gebod is. Het is opmerkelijk omdat
er een vloek en een zegen aan verbonden zijn. Het tweede gebod is
een verbod op het beelden maken van zogenoemde goden.
We
zien in deze dingen dat afgoderij een zonde was met zware
consequenties.
1. Het
gebod.
Als we
kijken naar het gebod dan zien we dat dit tweede gebod een gebod is
dat God niet wil dat er beelden gemaakt worden van zaken die boven
de hemel zijn, noch wat op de aarde is, noch wat onder de wateren
onder de aarde is.
We zien
in dit alles dat God een God is die alleen aanbeden wil worden.
Hij heeft
het alleen-recht van ware aanbidding. Hj is degene die ons heeft
gemaakt, Hij is degene die alles heeft gemaakt.
Waarom
zouden wij dan het gemaakte gaan aanbidden in plaats van de Maker?
Dat zou
een omgekeerde wereld zijn.
4
Gij zult
u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de
hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren
onder de aarde is.
5
Gij zult
u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE, uw God,
ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan
de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die
Mij haten,
6
en die
barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn
geboden onderhouden.
We komen
ditzelfde principe tegen in.
-Exodus
34: 7
-Num. 14:
18
-Deut. 5:
9
Als we
kijken naar de betekenis van het woord “bezoek” dan zien we:
Het woord
“bezoek”.
06485
paqad
1) zijn
aandacht geven, monsteren, tellen, rekenen, bezoeken, straffen,
benoemen, zorgen voor.
We zien
in de betekenis van dit woord dat God zijn aandacht zou geven aan
zonde, hij zou het gaan bezoeken, Hij zou het gaan bestraffen. Voor
God was de zonde van afgoderij zo groot dat het gepaard ging met
zware consequenties, en tegelijkertijd zou God rijkelijk zegenen hen
die van Hem hielden en Zijn geboden onderhielden.
God is
een naijverig God in dat Hij de zonde aan de mens bezoekt, de zonde
van afgoderij tot in het derde en vierde geslacht, maar hij bezoekt
ook de liefde van de mensen voor Hem en dat door zijn zegeningen en
zijn barmhartigheid.
Als we
dan kijken hoe deze woorden zijn uitwerking vonden dan gaan we
kijken naar het oude Testament.
2. God is
een ijverig God. Hij alleen wil ons leven.
Jesaja
42: 8; 48: 11
Het woord
ijverig heeft een hele speciale betekenis.
07067 anq qanna’,
StV-ijverig, Ijveraar, NBG-naijver, Naijverige
1)
naijver (alleen gezegd van God)
God wil niet dat andere goden aanbeden worden.
-Ex. 34: 14
God wil
dat we Hem alleen aanbidden, dat we Hem alle eer geven. Hij is
ijverig om gezocht te worden en gezocht te worden op de manier die
Hem eer geeft.
Zoals we
eerder schreven, God heeft alles gemaakt en wil niet dat we het
gemaakte aanbidden in
plaats van de Maker. De maker is groter dan het gemaakte.
3. De
toepassing.
Als we
gaan kijken naar het Oude Testament zien we dat er verschillende
passages zijn die een commentaar vormen op de woorden uit Exodus 20:
4- 6.
We willen deze wat bekijken en overdenken om wat meer te weten te
komen over de toepassing van de woorden van God uit de wet gegeven
door Mozes.
A. Uit
het boek Leviticus.
Lev. 26
38
En gij zult onder de volken te gronde gaan, en het land uwer
vijanden zal u verteren.
39
En wie van u overgebleven zijn, zullen in de landen hunner
vijanden wegkwijnen vanwege hun ongerechtigheid en ook vanwege de
ongerechtigheden hunner vaderen zullen zij, evenals dezen,
wegkwijnen.
40
Maar belijden zij hun ongerechtigheid en die hunner vaderen,
in de ontrouw waarmede zij tegen Mij ontrouw zijn geweest, en ook
dat zij zich tegen Mij verzet hebben,
41
(ook Ik verzette Mij tegen hen en bracht hen in het land
hunner vijanden) of vernedert zich dan hun onbesneden hart en boeten
zij dan hun ongerechtigheid,
42
dan zal Ik mijn verbond met Jakob gedenken; ook mijn verbond
met Isaak en ook mijn verbond met Abraham zal Ik gedenken, en Ik zal
het land gedenken.
Hier
lezen we dat het volk van Israel voor twee redenen weggevoerd werd.
In de
eerste plaats voor de ongerechtigheden van henzelf maar ook de
ongerechtigheden van de vaderen.
We lezen
dan verder dat als de ongerechtigheden van hun eigen zonden en van
hun vaderen beleden zouden worden dat God aan de woorden van Zijn
verbond zou denken.
We lezen
dan bijvoorbeeld in Daniel en in Jeremia waar deze zonden, de zonden
van de vaderen, ook daadwerkelijk beleden werden.
-Daniel
9: 4- 19
-Nehemia
1: 6; 9: 2
B. Uit
het boek van Numeri.
Numeri 14
30
Voorwaar, gij zult niet komen in het land, waarvan Ik
gezworen heb u daarin te doen wonen, behalve Kaleb, de zoon van
Jefunne en Jozua, de zoon van Nun!
31
En uw kinderen, van welke gij gezegd hebt: Die zullen tot een
buit zijn; hen zal Ik er brengen, opdat zij het land leren kennen,
dat gij veracht hebt.
32
Maar wat u betreft, uw lijken zullen vallen in deze woestijn,
33
en uw zonen zullen veertig jaar lang in de woestijn
rondzwerven en uw overspelig gedrag boeten, totdat uw lijken alle in
de woestijn liggen.
34
Overeenkomstig het aantal dagen, gedurende welke gij het land
verspied hebt veertig dagen, zult gij uw ongerechtigheden veertig
jaar lang boeten, voor elke dag een jaar, opdat gij weet wat het
betekent, als Ik Mij afkeer.
Hier
lezen we een aantal opmerkelijke zaken.
We lezen
hier: “Maar wat u betreft, uw lijken zullen vallen in deze
woestijn, en uw zonen zullen veertig jaar lang in de woestijn
rondzwerven en uw overspelig gedrag boeten”.
Hier zien
we dus dat de zonen moesten boeten voor het kwaad van de vader.
God
bezocht de schuld van de zonden van de vaderen niet aan de kinderen,
maar liet hun wel de consequenties daarvan dragen. De zonen zouden
de consequenties dragen voor de zonden van de vaderen.
De
kinderen moesten boeten voor de zonden van de vaderen.
C. Uit
het boek van 1 Koningen.
1 Kon. 29
25
Nooit is er iemand geweest, die zich zo verkocht heeft als
Achab om te doen wat kwaad is in de ogen des HEREN, waartoe zijn
vrouw Izebel hem heeft aangezet.
26
Ja, hij heeft zeer gruwelijk gehandeld door de afgoden
achterna te lopen, geheel zoals de Amorieten gedaan hebben, die de
HERE voor het aangezicht van Israel verdreven heeft.
27
Zodra Achab deze woorden hoorde, scheurde hij zijn klederen,
deed een rouwgewaad om zijn lichaam en vastte; ja, hij legde zich in
rouwgewaad te ruste en liep met lome tred.
28
Toen kwam het woord des HEREN tot de Tisbiet Elia:
29
Hebt gij gezien, dat Achab zich voor Mij verootmoedigd heeft?
Omdat hij zich voor Mij verootmoedigd heeft, zal Ik het onheil in
zijn dagen niet doen komen; in de dagen van zijn zoon zal Ik het
onheil over zijn huis doen komen.
We lezen
in dit stuk dat God de zonde van Achab over zijn huis zou doen komen
en dit alles was als een consequentie van de zonde van Achab.
Kinderen zouden bezocht worden.
Het
interessante aan dit gevel is dat Achab later zichzelf
verootmoedigde, daarom zou het onheil niet in zijn dagen komen, maar
in de dagen van zijn zoon.
D. Uit
het boek van Job.
Job 21
17
Hoe dikwijls wordt de lamp der goddelozen uitgeblust, en komt
hun verderf over hen, deelt Hij hun in zijn toorn smarten toe!
18
Zij worden als stro voor de wind, als kaf, dat de storm
wegblaast.
19
God spaart zijn onheil op voor zijn zonen. Maar ik zeg: Hij
moest het hemzelf vergelden, dan zou hij het merken;
20
zijn eigen ogen moesten zijn verderf aanschouwen, en zelf
moest hij drinken van de grimmigheid des Almachtigen.
21
Want wat bekommert hij zich om zijn gezin na zijn dood,
wanneer het getal zijner maanden is afgesneden?
Ook in
deze tekst vinden we woorden dat God het onheil van de vader (de
goddelozen) opspaart voor zijn zonen. Er word hier zelfs geschreven
dat het beter zou zijn als de vader zelf de consequenties zou
dragen.
En dan
stellen we de vraag waarom dit zo is. Het lijkt omdat de zonde van
afgoderij zo grof is, en omdat God de woorden al heeft gesproken dat
een ieder wijs genoeg behoorde te zijn om deze grove zonde niet te
begaan.
Als deze
wel werd begaan werd deze zonde bezocht tot in het derde en vierde
geslacht.
Dat was
Gods wet, en niemand kon hieraan tornen.
E. Uit
het boek van Psalmen.
Psalm 79
5
Hoelang
nog, o HERE? Zult Gij voortdurend toornen, zal uw naijver branden
als een vuur?
6
Stort uw
grimmigheid uit over de volken die U niet kennen, en over de
koninkrijken die uw naam niet aanroepen;
7
want zij
hebben Jakob verslonden en zijn woonstede verwoest.
8
Reken ons
de ongerechtigheid der voorvaderen niet toe, uw barmhartigheid kome
ons haastig tegemoet, want wij zijn zeer verzwakt.
9
Help ons,
o God van ons heil, om de heerlijkheid van uw naam; red ons en doe
verzoening over onze zonden om uws naams wil.
Ook in
deze tekst lezen we dat God de zonde van de vaderen toerekent.
Er was
geen andere weg. God had gesproken en God kan niet liegen.
F. Uit
het boek van Jesaja.
Jesaja 65
6
Zie, het
staat voor Mij geschreven, Ik zal niet zwijgen, voordat Ik het
vergolden heb; ja, Ik zal hun de vergelding in de schoot werpen
7
voor uw
ongerechtigheden en de ongerechtigheden uwer vaderen tezamen, zegt
de HERE; omdat zij offers hebben ontstoken op de bergen, en op de
heuvels Mij hebben gehoond, daarom zal Ik hun allereerst het loon in
hun schoot toemeten.
8
Zo zegt
de HERE: Zoals men, wanneer er nog sap in een druiventros gevonden
wordt, zegt: Verderf hem niet, want er ligt een zegen in; Zo zal Ik
doen ter wille van mijn knechten, dat Ik niet alles verderve.
9
En Ik zal
uit Jakob nakomelingschap doen voortkomen en uit Juda een erfgenaam
voor mijn bergen; mijn uitverkorenen zullen ze bezitten en mijn
knechten zullen daar wonen.
De zonde
van afgoderij was een zware zonde. Ook in deze passage lezen we over
de ongerechtigheden van de vaderen, maar ook hun eigen
ongerechtigheden.
Om deze twee redenen kwam de vergelding van God over hen.
G. Uit
het boek Jeremia.
Jeremia 2
8
De
priesters zeiden niet: Waar is de HERE; en zij die zich met de wet
bezighouden, wilden Mij niet kennen; de herders werden van Mij
afvallig; de profeten profeteerden door Baal en liepen hen die geen
baat brengen, achterna.
9
Daarom
zal Ik nog met u een rechtsgeding voeren, luidt het woord des HEREN,
ja, met uw kindskinderen zal Ik een rechtsgeding voeren.
10
Want steekt maar eens over naar de kustlanden der Kittiers en
ziet, zendt boden naar Kedar en geeft nauwlettend acht, ja, ziet, of
iets dergelijks geschied is;
11
heeft ooit een volk goden verruild? (en dat zijn toch geen
goden!) maar mijn volk heeft zijn eer verruild voor wat geen baat
brengt.
12
Ontzet u daarover, o hemelen, huivert en weest ten diepste
ontroerd, luidt het woord des HEREN.
God zou
met de kindskinderen een rechtgeding gaan voeren
Kinderen
en kindskinderen zouden bezocht worden voor de zonden van hun
vaderen.
Ja
waarlijk, afgoderij was verschrikkelijk. God had er een bezoeking
aan verbonden en heeft dat altijd zo gedaan.
Jeremia
16
8
Gij moogt
ook geen huis van feestgelag binnentreden om bij hen te zitten en te
eten en te drinken;
9
want zo
zegt de HERE der heerscharen, de God van Israel: Zie, Ik doe in deze
plaats voor uw ogen en in uw dagen verstommen de stem der vreugde en
de stem der vrolijkheid, de stem van de bruidegom en de stem der
bruid!
10
Wanneer gij nu aan dit volk al deze woorden verkondigt, en
zij tot u zeggen: Waarom heeft de HERE al dit groot onheil over ons
uitgesproken, wat is onze ongerechtigheid en wat is onze zonde,
waarmede wij tegen de HERE, onze God, gezondigd hebben?
11
Dan zult gij tot hen zeggen: Omdat uw vaderen Mij hebben
verlaten, luidt het woord des HEREN, en andere goden zijn
achternagelopen en die hebben gediend en zich voor die hebben
nedergebogen, en Mij hebben verlaten en mijn wet niet hebben
gehouden,
12
en omdat gij nog erger hebt gedaan dan uw vaderen, doordat
ieder van u wandelt naar de verstoktheid van zijn boos hart in
plaats van naar Mij te horen,
13
daarom zal Ik u wegslingeren uit dit land naar een land dat
gij niet hebt gekend, gij noch uw vaderen, en daar zult gij andere
goden dienen dag en nacht, doordat Ik u geen genade zal bewijzen.
Als we
kijken naar deze tekst zien we dat er twee redenen waren waarom het
volk van Israel verbannen zou worden naar een vreemd land. Dit
spreekt natuurlijk over de wegvoering naar Babylon.
De twee
redenen:
1. Omdat uw vaderen Mij hebben verlaten, en
andere goden zijn achternagelopen en die hebben gediend en zich voor
die hebben nedergebogen, en Mij hebben verlaten en mijn wet niet
hebben gehouden.
(vers 11)
2. Omdat
gij nog erger hebt gedaan dan uw vaderen, doordat ieder van u
wandelt naar de verstoktheid van zijn boos hart in plaats van naar
Mij te horen. (Vers 12)
Hier zien
we dus duidelijk dat er twee redenen waren voor de wegvoering.
Omwille
de zonde van hun vaderen en hun eigen zonde.
4. Wat
kunnen we concluderen van deze dingen.
Als we
kijken naar al deze woorden dan zien we dat het Joodse volk een volk
was met rijke beloften, (Rom. 9: 4, 5) maar ook met grote
verantwoordelijkheden. (Deut 28: 1- 68) We zien dit dan zeker in het
geval van afgoderij. Afgoderij was een zonde met verregaande
consequenties.
Consequenties tot in het derde en vierde geslacht.
Hier
tegenover staande zien we ook de zegeningen van God die verbonden
waren aan het Hem alleen eren en dienen. Barmhartigheden aan
duizenden die Zijn geboden zouden bewaren.
We zien
ook dat Daniel en Nehemia de zonden van de voorvaderen gaan
belijden. (Daniel 9: 4:
19; Nehemia 1: 6; 9: 2)
We zien
in dit alles dat het eerste verbond dat God maakte met de kinderen
Israels vooral een nationalistisch verbond was. Dit in tegenstelling
tot het tweede verbond dat veel meer een individualistisch karakter
heeft. Dit is dan tegelijkertijd één van de grote verschillen tussen
de twee verbonden.
Israel
was de oogappel van God, door God verkozen, door God uit Egypte
gehaald om te wonen in een land vloeiende van melk en honing.
Maar
kinderen werden in dit verbond geboren, zonder dat ze daar een keuze
in hadden. Dit is een groot verschil met het tweede verbond, in dat
verbond kiezen mensen voor Christus.
In dit
verbond is geloof de bron dat we dit verbond aangaan met God.
Een ander
punt van aandacht.
5. De
vaders zullen niet gedood worden voor de kinderen en geen kinderen
voor de vaders.
In dit
gedeelte willen we kort stilstaan bij de gevolgen die kinderen
ondervonden door de zonde van de ouders.
Als we
kijken hoe God de zonde van de vaderen aangaande afgoderij bezocht
aan de kinderen, zien we dat ze niet schuldig waren aan de zonde van
de vaderen.
Ze werden
niet gedood omwille de zonde van de vaderen, maar de zonden van de
vaderen werden wel bezocht.
Deu 24:16 De vaders
zullen niet gedood worden voor de kinderen, en de kinderen zullen
niet gedood worden voor de vaders; een ieder zal om zijn zonde
gedood worden.
2Ch 25:1 Amazia, vijf en
twintig jaren oud zijnde, werd koning, en regeerde negen en twintig
jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Joaddan, van
Jeruzalem.
2Ch 25:2 En hij deed dat
recht was in de ogen des HEEREN, doch niet met een volkomen hart.
2Ch 25:3 Het geschiedde
nu, als het koninkrijk aan hem gesterkt was, dat hij zijn knechten,
die den koning, zijn vader, geslagen hadden, doodde.
2Ch 25:4 Doch hun
kinderen doodde hij niet, maar hij deed, gelijk in de wet, in het
boek van Mozes, geschreven is, waar de HEERE geboden heeft,
zeggende: De vaders zullen niet sterven om de kinderen, en de
kinderen zullen niet sterven om de vaders; maar een ieder zal om
zijn zonde sterven.
Zo mogen we dan concluderen dat de bezoeking van God vanwege de
zonde van afgoderij niet de dood betekende.
We lezen dan ook in Ezechiel 18 dat de kinderen niet schuldig
gehouden worden voor de zonde van de vaderen. We lezen daar dat een
ieder verantwoordelijk is voor zijn eigen zonden.
Dus terwijl zonde wel werd bezocht, werden de kinderen er niet
schuldig voor gehouden.
Ook zien we in een aantal teksten die we aangehaald hebben dat het
volk weggevoerd werd om 1) de zonde van de vaderen, maar ook 2) de
eigen zonde.
6. De natuur van het eerste en tweede verbond.
Als we nadenken over het karakter, of de natuur, van het eerste en
tweede verbond zien we een duidelijk verschil.
In deze sectie willen we daar even bij stilstaan omdat in het
opzicht van het bezoeken tot in het derde en vierde geslacht niets
staat geschreven in het nieuwe verbond. En we stellen dan de vraag,
werkt God nog steeds op deze manier?
Bezoekt God nog steeds de zonde van de vaderen tot in het derde en
vierde geslacht?
En we zien in bepaalde geloofs-richtingen dat er gebeden zou moeten
worden om vloeken te breken van onze voorvaders. Maar de vraag is of
we dat wel vinden in het nieuwe verbond.
Laten we eens wat dingen bekijken.
Als we kijken naar Jeremia dan zien we dat God schrijft:
Jeremia 31
31 Zie, de dagen komen,
luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israel en het
huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal.
32 Niet zoals het
verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij
de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat
zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord
des HEREN.
33 Maar dit is het
verbond, dat Ik met het huis van Israel sluiten zal na deze dagen,
luidt het woord des HEREN: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen
en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij
zullen Mij tot een volk zijn.
34 Dan zullen zij niet
meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de
HERE: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de
grootste onder hen, luidt het woord des HEREN, want Ik zal hun
ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.
We zien hier dat God schrijft dat Hij een nieuw verbond zou gaan
maken met het huis van Israel en met het huis van Juda.
Dit verbond werd vervuld in het tweede verbond, het verbond van
Christus, dit verbond is in vervulling gegaan met de dood en
opstanding van Christus.
(We lezen dit in Hebreeën 8: 8- 13)
Zo zien we dat het eerste verbond in hoofdzaak een nationalistisch
verbond was met Israel, (Israel en Juda) en dat het tweede verbond
door Christus een verbond was van de individu.
Onder het eerste verbond werd iemand in dit verbond geboren, in het
tweede verbond geeft iemand, een persoon, zich over aan God.
Dit maakt het tweede verbond een heel ander verbond.
Als we kijken naar de woorden van deze profetie lezen we: “Ik zal
mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik
zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. Dan
zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder
leren: Kent de HERE: want zij allen zullen Mij kennen, van de
kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des HEREN, want
Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer
gedenken”.
We observeren een aantal zaken aangaande deze profetie:
A. God zou zijn wetten in hun binnenste leggen.
Als we kijken naar dit principe dan zien we dat door de prediking
van het evangelie de wet (van Christus) in hun harten gelegd zou
worden.
We zien dat bijvoorbeeld op de Pinksterdag waar de wet van Christus
gepredikt werd en zo werd de wet van Christus in hun harten gelegd.
En ze kozen daarzelf onvoorwaardelijk voor.
B. Dan zullen ze niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn
broeder leren.
Onder het tweede verbond zou er niet meer geleerd hoeven te worden
zoals er in het eerste verbond geleerd werd.
Het tweede verbond was een verbond waar mensen zichzelf als individu
aan zouden overgeven en zelf zouden gaan leren.
C. Ze zullen mij kennen, van de kleinste tot de grootste.
Zo zouden ze God kennen, van de kleinste tot de grootste. Ze waren
allemaal zelf een gedeelte van het verbond van Christus geworden
door hun eigen beweging toen het evangelie tot hen kwam. En zo
hoefde er niet geleerd te worden, want ze waren zichzelf volledig
bewust van hun keuze voor God.
Natuurlijk zien we in dit tweede verbond veel kenmerken van het
waarlijk kennen van God door de vergeving van zonden door het bloed
van Christus.
We zien dat in dit verbond er waarlijk vergeving is van zonden, het
geweten werd waarlijk gereinigd.
In al deze dingen zien we dat het karakter van het eerste verbond
duidelijk anders was dan het tweede. In het eerste verbond werd
iemand geboren zonder daar een deel in te hebben. Dit was dan ook
dat zij hun broeders moesten leren over een leven voor God.
In het tweede verbond maakt iemand zelf de keuze om een deel te zijn
van dat verbond.
7. Wat kunnen we over deze dingen zeggen onder het tweede verbond?
Als we kijken naar het nieuwe verbond, het tweede verbond van
Christus, komen we nergens tegen dat God Christenen tot in het derde
en vierde geslacht gaat bezoeken voor afgoderij die een Christen kan
begaan.
Wat we wel lezen is dat iedere Christen voor zichzelf zal moeten
antwoorden voor al hetgeen dat hij heeft bedreven.
We zien dus een individuele keuze en een individuele
verantwoordelijkheid.
Galaten 5
19 Het is duidelijk, wat
de werken van het vlees zijn: hoererij, onreinheid, losbandigheid,
20 afgoderij, toverij,
veten, twist, afgunst, uitbarstingen van toorn, zelfzucht,
tweedracht, partijschappen,
21 nijd, dronkenschap,
brasserijen en dergelijke, waarvoor ik u waarschuw, zoals ik u
gewaarschuwd heb, dat wie dergelijke dingen bedrijven, het
Koninkrijk Gods niet zullen beerven.
We lezen dus in het tweede verbond dat er een persoonlijke
verantwoordelijkheid is voor de zonde van afgoderij. De mensen die
deze dingen doen, hun kindereen en kindskinderen worden niet
bezocht, nee ze worden zelf bezocht.
Het karakter van het nieuwe verbond is een persoonlijke en niet van
nationalistische aard en daarom niet één van bezoeking aan kind en
kindskinderen.
Het evangelie van Christus is een persoonlijke oproep, met
persoonlijke verantwoordelijkheid en een persoonlijke hoop.
Daarom hoeft er in dit verbond niet gesproken te worden over een
bezoeking tot in het derde en vierde geslacht, dit omdat God elke
zonde bezoekt aan de persoon zelf.
Romeinen 1
20 Want hetgeen van Hem
niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt
sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand
doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben.
21 Immers, hoewel zij
God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt,
maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister
geworden in hun onverstandig hart.
22 Bewerende wijs te
zijn, zijn zij dwaas geworden,
23 en zij hebben de
majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt
op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige
en van kruipende dieren
In deze woorden zien we dat mensen God niet erkennen en dat ze de
majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt
op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige
dieren en van kruipende dieren.
Wat hier gebeurd is precies wat er werd verboden in het tweede
gebod.
Maak jezelf geen beelden.
Maar als we dan kijken hoe Paulus hierover schrijft: “Daarom
heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat
bij hen het lichaam onteerd wordt. Zij immers hadden de waarheid
Gods vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend
boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid”.
We lezen hier dat God hen heeft overgeven aan hun hartstochten en
onreinheid. En we lezen deze woorden “daarom heeft God hen
overgeven” een aantal keren in deze tekst.
(24, 26, 28)
We lezen dan nergens in deze tekst dat God deze zonde zou gaan
bezoeken tot in het derde en vierde geslacht. Nee, een ieder ging
hun eigen zonde dragen.
In al deze dingen zien we dat het karakter van het tweede verbond
duidelijk anders is dan het eerste verbond.
Het eerste verbond was nationaal, het tweede verbond is individueel.