De water-doop van het nieuwe
verbond
De doop is
een onderwerp dat in onze dagen opnieuw zal moeten worden overdacht.
Er zijn verschillende zienswijzen op de doop. Sommige groepen
spreken over een kinderdoop. Andere groepen spreken over de
volwassendoop. Maar ook als het over de volwassendoop gaat worden er
verschillende overtuigingen geleerd op het zogenoemde Christelijke
erf.
In dit
artikel willen we wat dieper nadenken over wat de ware Bijbelse doop
is.
We willen
beginnen met de woorden van Christus uit het zendingsbevel aan zijn
discipelen.
1.
Het zendingsbevel van Christus.
Markus 16: 15 En Hij
zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het
evangelie aan de ganse schepping.
Markus 16: 16 Wie
gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet
gelooft, zal veroordeeld worden.
Wat zien we uit deze tekst:
-Jezus stuurt de apostelen uit met een boodschap om het
evangelie te verkondigen.
-Hij zegt dan: “Die geloofd en gedoopt zal zijn die zal zalig
worden.
Vergelijk ook: Mattheus 28: 18- 20; Lukas 24: 47
Vanuit deze teksten zien we dat Christus, na zijn opstanding, zijn
discipelen een bevel geeft om uit te gaan in de gehele wereld en aan
alle mensen dit evangelie te verkondigen.
We zien dat Christus het geloof en de doop als voorwaarde stelt om
behouden te worden.
Dit zijn de woorden van Jezus zelf, dit zijn de woorden van Hem die
Hemel en aarde heeft geschapen. Dit zijn de woorden van Hem aan wie
alle macht is gegeven. (Matt. 28: 18- 20; Fill. 2: 9- 11)
Dit zijn de woorden van Hem die gezegd heeft: “Een
iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal
Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een
steenrots gebouwd heeft”. (Matt. 7: 24)
In deze tekst (Markus 16) lezen we dan dat geloof en doop behoudenis
brengt, maar wat deze tekst niet verteld is waarom we gedoopt zouden
moeten worden. De reden van de doop word niet genoemd door Christus.
Daar gaan we over nadenken in punt nummer 2.
In punt nummer 2 zien we precies de opvolging van de woorden van
Christus uit Mattheus en Lukas. De apostelen gaan de hele wereld in,
ze prediken het evangelie aan allen.
Dit alles is op de Pinksterdag begonnen in Jerusalem. Wat zien we
daar?
2. Wat zien we in de bediening van de Apostelen?
Handl. 2: 37 Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart
getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat
moeten wij doen, mannen broeders?
Handl. 2: 38 En Petrus
antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de
naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de
gave des Heiligen Geestes ontvangen.
Wat zien we van deze tekst.
-De vraag word gesteld: “wat moeten we doen”.
-Het antwoord is: Bekeer en word gedoopt voor de “vergeving van
zonden”.
Vergelijk ook Handl. 22: 16
In deze teksten zien we het doel van de doop. We zien het doel als
twee-ledig.
In de eerste plaats zien we dat de doop “tot vergeving van zonden
is”. En in de tweede
plaats is de doop tot het ontvangen van de “volheid van de Heilige
Geest”.
Beide teksten geven duidelijk het doel aan van de doop en dat is tot
“vergeving van zonden” of tot “afwassen van de zonde”.
Dit leid ons tot de conclusie dat als de doop tot vergeving van
zonden is dat iemand die geloofd en nog niet gedoopt is niet
behouden is, want de zonden van het oude leven kleven nog aan deze
persoon.
Dat is ook waarom Jezus sprak over geloof en doop dat tot behoudenis
leidt.
Als we naar alle wedergeboorte-verhalen kijken in het boek van
Handelingen zien we een beeld verschijnen dat spreekt over geloof,
bekering en doop.
Bekijk en lees al deze verhalen eens en in onderstaand schema kan
dan ingevuld worden wat in welk verhaal gelezen word.
|
|
|
Horen |
Geloven |
Bekeren |
Belijden |
Dopen |
|
Op de Pinksterdag |
Handl. 2:37-38 |
|
|
|
|
|
|
Simon de Tovenaar |
Handl. 8:12-13 |
|
|
|
|
|
|
De Kamerling |
Handl. 8:35-19 |
|
|
|
|
|
|
Cornelius |
Handl. 10:44-48 |
|
|
|
|
|
|
Lydia, de purper- verkoopster |
Handl. 16:14-15 |
|
|
|
|
|
|
De gevangenen- bewaarder |
Handl. 16:25-33 |
|
|
|
|
|
|
Crispus |
Handl. 18:8 |
|
|
|
|
|
|
De Efeziers |
Handl. 19:1-5 |
|
|
|
|
|
|
De Apostel Paulus |
Handl. 9:3-19 +22:6-16 |
|
|
|
|
|
Wat belangrijk is in al deze dingen is dat niet altijd hetzelfde
antwoord word gegeven in het boek van Handelingen als de vraag naar
behoudenis gesteld word. Waarom is dit?
Het antwoord ligt in het principe dat niet allen die de vraag
stelden om behouden te worden zich op hetzelfde punt bevonden.
Zoals we in Handl. 2: 37 lezen, deze mensen waren geraakt in hun
hart, met andere woorden, zij geloofden de boodschap en vanuit die
overtuiging stelden ze deze vraag. Daarom geeft Petrus hier een
antwoord van bekering en doop. Hij hoeft tegen deze mensen niet te
zeggen dat ze moeten geloven, want ze geloofden de boodschap.
We zien in al deze teksten ook dat ze allen eindigen in de doop,
soms 3000 tegelijk, soms maar één persoon, soms een heel gezin. Soms
in het midden van de dag, soms in het midden van de nacht, soms in
het midden van de woestijn. Dit alles geeft ons het beeld dat beiden
geloof en doop noodzakelijk zijn voor de behoudenis van een mens.
3. Wat is de uitleg van Paulus over deze zaken?
(Rom. 6: 3- 11 )
3
Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn,
in zijn dood gedoopt zijn?
4
Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk
Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo
ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen.
5
Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn
dood, zullen wij het ook zijn met hetgeen gelijk is aan zijn
opstanding;
6
dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat
aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij
niet langer slaven der zonde zouden zijn;
7
want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.
8
Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook
met Hem zullen leven,
9
daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet
meer sterft: de dood voert geen heerschappij meer over Hem.
10 Want wat zijn dood
betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven; wat zijn
leven betreft, leeft Hij voor God.
11 Zo moet het ook voor
u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor
God in Christus Jezus.
Laten we ons eens op deze woorden concentreren.
-Door de doop worden wij met hem begraven, daaruit ontstaat
een opstanding die ons in nieuwheid van leven laat wandelen.
-Zoals Christus gestorven en opgestaan door de kracht van
God, als iemand gedoopt
wordt vind er ook een sterven en een opstanding plaats
-Een sterven van het oude leven en een opstaan in het nieuwe
leven.
-WANT DIE GESTORVEN IS, IS RECHTENS VRIJ VAN DE ZONDE.
-Door de opwekking heeft de dood geen heerschappij meer over
de mens.
-Zolang wij niet gedoopt zijn heerst de zonde en de dood nog
over ons.
-Door de doop sterven wij en zijn wij dood -voor de zonde-
maar levend voor God.
In deze tekst zien we dat Paulus de diepere betekenis van de doop
gaat uitleggen.
Paulus schrijft dat deze mensen gestorven waren aan de zonde door
hun doop.
Ze waren begraven door de doop om door diezelfde doop op te staan
tot nieuwheid van leven, dit door de kracht van God. Zoals God
Christus heeft doen opstaan uit de dood, zo word een gelovige
opgewekt door de kracht van God in de doop.
We lezen een aantal hele cruciale punten hier in dit stuk.
1. Samengegroeid zijn.
Het is alleen als we samengegroeid zijn in Zijn dood dat we het ook
Zijn in Zijn opstanding.
Dit laat zien dat de doop noodzakelijk is om in nieuwheid des levens
te wandelen.
In de doop word ons oude lichaam met Hem gekruisigd en zoals Hij
opgestaan is uit de doden, zo staan wij op uit de dood.
Dus voordat we gedoopt zijn zijn we nog dood. Het enige wat onze
zonden weg kan nemen is door de doop. Daarom moet dit altijd gelijk
gebeuren zodra iemand tot geloof en tot bekering komt.
2. Rechtens vrij zijn.
We lezen in deze tekst dat als we gestorven zijn in de doop dat we
rechtens vrij zijn van zonden. Dit maakt de doop een essentieel
gedeelte van de wedergeboorte. Door de doop gaat Gods genade
zegevieren over de dood. Als we nog niet gedoopt zijn zijn we ook
niet rechtens vrij van de zonde.
Als we dan
gedoopt zijn viert de dood geen heerschappij meer over ons.
4. Wat er
geschreven word over de doop in relatie tot het lichaam van
Christus.
In de
brieven van het nieuwe Testament komen we nog meer woorden tegen
over de doop.
(1 Kor. 12: 12, 13)
12 Want gelijk het
lichaam een is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam,
hoe vele ook, een lichaam vormen, zo ook Christus;
13 want door een Geest
zijn wij allen tot een lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij
Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met een
Geest gedrenkt
Van deze tekst zien we.
-Er is één lichaam.
-We zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt.
In deze tekst lezen we dat de doop ons in het lichaam van Christus
brengt.
We worden “tot één lichaam gedoopt”. Dat laat ons zien dat als we
gedoopt worden tot een lichaam worden toegevoegd. We lezen deze
woorden ook in Handelingen 2 waar geschreven staat: “Die
dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien
dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen”.
De doop brengt ons in het universele lichaam van Christus. (Hebr.
12: 22- 24)
(Gal. 3: 26- 29)
26 Want gij zijt allen
zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus.
27 Want gij allen, die
in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed.
28 Hierbij is geen
sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en
vrouwelijk: gij allen zijt immers een in Christus Jezus.
29 Indien gij nu van
Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte
erfgenamen.
Wat zien we van deze tekst.
-Hij spreekt over het kindschap door het geloof in Christus.
-Maar hij gebruikt dan het woord “want” in vers 27, daardoor laat
Paulus zien dat ze
gedoopt waren.
-Degene die gedoopt zijn hebben Christus aangedaan.
Door deze tekst leren we dat we door de doop aangedaan (bekleed)
zijn met Christus. Dit laat zien dat als we nog niet gedoopt zijn we
nog niet met Christus aangedaan zijn. Daarom is de doop zo cruciaal.
Een tekst die ook dit principe aangeeft is Koll. 3: 9- 10: “Liegt
niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met
zijn werken, En aangedaan hebt den nieuwen mens, die
vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem
geschapen heeft”.
Wij zijn een nieuw mens geworden door de doop, door de doop zijn we
met Christus bekleed.
5. Een aantal cruciale passages.
We willen verder nog naar een aantal cruciale passages kijken.
1. Koll. 2: 11- 14
11 In Hem zijt gij ook
met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden
door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van
Christus,
12 daar gij met Hem
begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook medeopgewekt door het
geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt.
13 Ook u heeft Hij,
hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesnedenheid naar
het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze
overtredingen kwijtschold,
14 door het bewijsstuk
uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons
bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te
nagelen:
Wat zien we van deze tekst:
-Besneden met een besnijdenis die zonder handen geschied, in de
uittrekking van het
lichaam der zonde des vlezes. (Vergeving)
-Door de doop worden wij vergeven en zijn wij vrij van de
dood die ons door de zonde
in zijn macht hield.
-Dit gebeurd door een combinatie van doop en geloof.
-Wij zijn door de doop weder levend gemaakt en onze zonden
zijn vergeven.
-En hierdoor is uitgewist hetgeen wat tegen ons was, namelijk
de dood door de zonde.
In deze tekst zien we dat de doop word vergeleken met de besnijdenis
dat als opdracht werd gegeven aan Abraham. In deze besnijdenis werd
de voorhuid besneden, in deze besnijdenis werd er van de voorhuid
afgesneden.
Paulus spreekt hier in deze tekst over de besnijdenis die niet het
werk van mensenhanden is, en hij spreekt dan over de doop. In de
doop word er ook iets afgesneden of afgelegd, en dat is het lichaam
van vleses en door deze besnijdenis zijn we opgewekt. Opgewekt uit
de onbesnedenheid, opgewekt uit de dood.
Wij waren onbesneden door het vlees en door de doop levend gemaakt
met Hem toen Hij onze overtredingen kwijtschold en dat deed God toen
we op basis van ons geloof en bekering zijn gedoopt.
2. Titus 3: 5
4
Maar wanneer de goedertierenheid van God, onzen Zaligmaker, en Zijn
liefde tot de mensen verschenen is,
5
Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der
rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn
barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des
Heiligen Geestes;
6
Denwelken Hij over ons rijkelijk heeft uitgegoten door Jezus
Christus, onzen Zaligmaker;
Wat zien we van deze tekst.
-Hij heeft ons zalig gemaakt.
-Niet uit werken door gerechtigheid.
-Door het bad der wedergeboorte.
-En door de vernieuwing van de Geest.
Deze tekst is een goed commentaar op Johannes 3: 5, in beide teksten
word er gesproken over water en Geest.
De ware wedergeboorte is een geboorte van vernieuwing door de Geest
van God en door water, het bad der wedergeboorte.
Dit is ook een heel sprekende tekst omdat deze tekst spreekt over
het bad der wedergeboorte.
-Vergelijk ook: Efeze 5: 26; Hebr. 10: 22
3. 1 Petrus 3: 20- 21
20 die eertijds
ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef
afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd
gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen
gered werden.
21 Als tegenbeeld
daarvan redt u thans de doop, die niet is een afleggen van
lichamelijke onreinheid, maar een bede van een goed geweten tot God,
door de opstanding van Jezus Christus,
Wat vinden we in deze tekst.
-Acht zielen werden behouden door het water.
-Het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoud.
-De doop is een vraag van een goed geweten tot God.
We lezen in Hebr. 10: 22 dat door besprenging ons geweten gezuiverd
is. We zijn gered door het water heen, door het water van de doop
heen. En zoals Noach door het water heen gered werd van de
verwoesting, worden gelovigen gered door het water van de doop van
de verwoesting en worden ze behouden.
6. Wat andere noodzakelijke woorden.
Als we denken aan al deze dingen die we overdacht hebben dan kunnen
we ons afvragen waarom er verschillende passages te vinden zijn in
de evangelieën waar we niet over de doop lezen.
De woorden van het nieuwe Testament laten zien dat Christus de
middelaar van een nieuw verbond is.
-Hebr. 9: 15- 17
-Hebr. 7: 12
Door deze dingen heen zien we dan ook een relatie met het feit dat
de doop tot “vergeving van zonden” pas gepredikt werd na de dood en
opstanding van Christus. (Zie ook de relatie met Rom. 6, daar word
de doop en opstanding van Christus in relatie gebracht tot de dood
en opstanding van ons door de doop)
Dus de water-doop zoals we die kennen is pas een gedeelte geworden
van het plan van God na het offerwerk van Christus. Christus moest
eerst sterven om het tweede verbond van kracht te laten geworden.
De brief aan Hebreën maakt dat ons duidelijk. De water-doop tot
vergeving van zonden is een gedeelte van het tweede verbond.
Een ieder die behouden werd voor het werk van Christus aan het kruis
volbracht werd hoefde dus ook niet gedoopt te worden voor de
vergeving van zonden.
De waterdoop voor de vergeving van zonden begint in Handelingen 2.
7. Wat neemt onze zonden weg
Als we nadenken over de woorden van deze studie zou er een beeld
kunnen ontstaan dat het water van de doop onze zonden zou wegnemen.
En dat is niet zo, verre van dat!!!!
Het is het bloed van Christus dat onze zonden vergeeft.
(Efeze 1: 6, 7)
6
tot lof van de heerlijkheid zijner genade, waarmede Hij ons
begenadigd heeft in de Geliefde.
7
En in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van
de overtredingen, naar de rijkdom zijner genade
(Koll. 1: 13, 14)
13 Hij heeft ons verlost
uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de
Zoon zijner liefde,
14 in wie wij de
verlossing hebben, de vergeving der zonden.
(1 Joh. 1: 7)
6
Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de
duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet;
7
maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is,
hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn
Zoon, reinigt ons van alle zonde.
Als we naar deze dingen kijken zien we dat onze zonden worden
weggenomen/vergeven in de doop, maar het middel waardoor onze zonden
worden vergeven is het bloed van Christus.
Alleen het bloed van Christus red van zonde.
Maar de cruciale vraag is, waar en wanneer komen we in contact met
dit bloed van Christus en dat is in de doop, de geestelijke
besnijdenis.
Een laatste woord.
We zien in al deze punten dat de doop essentieel is voor de
behoudenis. Jezus en Zijn apostelen hebben deze dingen geleerd. De
doop voor de vergeving van zonden is essentieel voor de behoudenis
van onze ziel
In ons laatste woord willen we ook terugkomen op onze eertste
woorden. Als we kijken naar de evangelische en pinksterwereld dan
zien we dat deze groepen ook geloven in de volwassendoop, maar ze
geloven niet dat deze doop tot vergeving van zonden is. En dat is
een valse leer, een leer die niet van Christus komt.
In de evangelische en pinksterwereld worden mensen opgeroepen om het
geloof in God te stellen, om je hart aan Hem te geven, om het
zondaarsgebed te bidden en dan is iemand behouden.
Later moet dan iemand gedoopt worden, dit om in het uiterlijke te
laten zien wat er in het innerlijke gebeurd is.
Dus de doop in de evangelische en pinksterwereld is een doop die
niet is tot vergeving van zonden, maar alleen maar als een uiterlijk
teken van iets dat al gegeven is.
Ik citeer: (Uit een publicatie van een evangelische groep)
Bid u dit gebed a.u.b.
Here Jezus, ik kom tot u zoals ik ben. Ik vraag u Jezus om mij te
vergeven voor al mijn zonden die ik begaan heb tegen U en tegen God,
bewust zowel onbewust. Reinig mij met uw kostbare bloed die voor mij
gevloeid is op Golgotha kruis. Neem mij aan als een kind van u en
help mij, Jezus om u te volgen en te dienen mijn hele leven lang. In
Jezus naam. Amen.
Bovenstaand is een gebed uit een evangelische publicatie. Dit laat
zien hoe deze groepen kijken naar behoudenis en doop.
De behoudenis komt, voor deze groepen, als iemand Jezus in het hart
aanneemt en dit gebed bid. Dus daar komt geen waterdoop bij te pas
en dit is een valse leer.
Jezus heeft geschreven, degene die geloofd en gedoopt is zal
behouden worden. Dat waren en zijn nog steeds de woorden van Jezus.
Wie gaan we geloven, Jezus of de evangelische en pinksterwereld?
De evangelische en pinksterwereld hebben het evangelie veranderd.
Ze hebben niet het evangelie van de Bijbel maar een evangelie naar
de traditie van mensen.
Wie zullen we meer liefhebben, Jezus of de traditie van mensen. Aan u de vraag en aan u het antwoord. God heeft Zijn woord gegeven en daarvan mogen we niets toevoegen. (Spr. 30: 5, 6) Waar sta jij, aan de kant van Jezus of aan de kant van menselijke traditie is, die niets meer en niets minder is dan de kant van de duivel.