Webbijbel

Gert-Jan Van Zanten



Een monument van Gods oordeel.

Ex. 9: 13-16, Rom. 9: 14-18

 



Het veertiende hoofdstuk van Exodus laat een gruwelijk schouwspel zien.

Farao met al zijn mensen, na een niet succesvolle achtervolging van de kinderen van Israel zijn allemaal verdronken in de Rode Zee.

Psalm 136: 15

Hun lichamen waren aangespoeld en ze konden gezien worden.

Vergelijk hfst. 14: 13, 14

Het is een beeld om je hart te laten draaien.

Maar de vraag is: Hoe kwam dit grote volk en deze machtige man aan zijn einde. 
    -Hij had voor lange tijd een volk geleid.
    -Hij was een machtig man.
    -Was dit nu het einde??

Dat is waar we over na willen denken.

1. Wat zegt de tekst?

Hfst 9: 13-16.

We kennen allemaal de voorgeschiedenis.
    -Jozef.
    -Hongersnood.
    -Zijn gehele familie kwam naar Egypte.
    -Maar er kwam een andere Farao die dit alles niet kende. 
    -En voor hem werd dit een bedreiging. Het volk groeide snel. 
    -Mozes.

Nu kwamen de plagen tegen hem persoonlijk.
    -De eerste zes waren tegen het land en het volk en Farao had daar vaak zelf niet echt last van, maar nu was het tijd om hem zelf te treffen.

God zou nu laten gaan zien dat er niemand anders was dan Hem alleen.
En wat was dan het resultaat:.
    -Hfst. 9: 27. 
    -Hfst. 10: 16. 
    -Hfst. 12: 31-33.

Maar zich al schuldig gemaakt hebbende aan zonde en opstand tegenover God, heeft God hem laten staan als een monument, als een voorbeeld, voor degene die tegen Zijn plannen ingaan.

God geeft ons heel veel monumenten. Abraham, Job, David etc.

Maar ook Kaïn, Lot, Judas, Demas etc.

Monumenten zijn dingen waar je jaren later naar terug kan kijken.
    -Wat hebben ze precies gedaan.
    -Hoe is hun leven gewêest.
    -Wat is de waarde geweest van hun leven.

Sommige mensen zijn een dag overleden en ze zijn als het ware al vergeten. 
    -Andere zijn al eeuwen overleden en ze leven nog steeds.
        -Farao leeft nog steeds.
        -Abel leeft nog steeds.

En jullie zullen die ook hebben. Jullie monumenten.

Het moet duidelijk zijn dat God hem niet liet zondigen. Of dat hij hem voor die reden gemaakt heeft.

Dit incident laat zien dat God soms slechte mensen laat blijven. 
    -Hen in plaatsen van eer laat staan.
    -Om men voor lange tijd te laten blijven.
    -En hen echt slecht te laten worden.
    -Dat Zijn glorie groter word in hun verwoesting.
        -Om zijn eigen volk te leren. Hebr. 12.
        -Zijn grootheid te tonen.

Denk ook aan Nebuchadnezar.

Een ander voorbeeld: 
Openbaringen 6: 10, 11 
10
En zij riepen met luider stem en zeiden: Tot hoelang, 0 heilige en waarachtige
Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen?
11 En aan elk hunner werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd, dat zij
nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun
mededienstknechten en hun broeders, die gedood zouden worden evenals zij.

Observeer het effect dat deze verwoesting had op de mensen rondom hen. 
    -Ex. 18: 9-11. 
    -Ex. 15: 8-17
Vergelijk Psalm 2.

Rahab. Jozua 2: 8-11

2. God heeft een plan met een ieders leven.

De natuur en openbaring beiden laten dit zien. 
    -Matt. 6: 26-30.
    -Matt. 25: 14, 15.


Maar dit impliceert niet dat als sommige mensen hun hart verharden dat God dit in hun veroorzaakt.
    -2 Petrus 3: 9.
    -Jacobus 1: 13-16


Ook al is het zo dat God levens leidt, elke mens heeft nog steeds een eigen wil. 
    -Hetzelfde als kinderen. Ze maken hun eigen beslissingen.

De getuigenis van Jeremiah 18: lff.
    -God kan twee kanten met mensen op.
    -Wij zijn als klei in Zijn hand en wij hebben de keus.

Verharding of verzachting.
    -Aan ons de keus. 
        -Peen, uien, etc..

Efeze 4: 18. Hardheid:

1) bedekt zijn met eelt
2) afstomping van mentale onderscheiding, traag in het merken 
3) het hart van iemand die afgestompt is
3a) van koppigheid, hardnekkigheid.

Heb je weleens die mensen gezien in Afrika die over de weg lopen met hun blote voeten??
Ze voelen niets.
Weleens van mensen gehoort die over gloeiende kolen lopen??

Kijk eens naar het gehele proces: 
    -Onwetendheid. 
    -Verharding.
    -Verdoving. 
    -Losbandigheid.
    -Allerlei onreinheid.

2 Tess. 9-12

Als mensen gaan geloven dat de doop niet echt meer nodig is. 
    -Ze doen dat niet van de één op de andere dag.
    -Nee, dat is een proces.

En zo gaat het ook met andere zaken.
    -Soms is het zo dat Christenen iets weg gaan duwen omdat ze het niet willen accepteren. Hun hart word elke keer               geprikkeld.
    -Langzaam sterft het weg.

We moeten de geest van David bezitten. Psalm 119:10-11,66
    -Als iets uit de Bijbel is moeten we dat vasthouden en niet loslaten.

Maar als iemand nu God niet toelaat in zijn leven?? 
    -Uiteindelijk moet hij vergaan.
    -Zoals Farao. Rom. 15: 4.

Psalm 95: 6-11

Kijk eens goed naar onze tekst. £
   
-Ex. 14: 4, 8

We vinden ook dezelfde woorden in het boek van Hebreen. 
    -Hebr. 3: 7-19

God gaf hem elke mogelijkheid.
    -God deed alles om hem het goede te laten doen.
    -Zijn lot is daarom een voorbeeld voor allen die hem niet welgevallig zijn.

3. De pogingen van God met Farao.

A. Hij gaf hem een groot en getrouw voorbeeld in Mozes. 
    -Hij wist daardoor precies wat God van hem wilde. 
    -Maar hij koos voor het kwade.
    -Hij zat vast in zichzelf. Trots.

Trots. Probleem. Spreuken 6: 17; 16: 5; Matt. 5:3

Trots is een heel groot probleem en het was het probleem van Farao. 
    -En het is het probleem met een ieder die God niet erkent.

B. God gaf Farao de kans om mee te werken om Israel een groot volk te maken. 
    -Maar kijk eens naar zijn houding.
    -Ex. 5: 1,2

C. Om hem de kans te geven deed God wonder na wonder om hem in te laten zien. 
    -Hij bracht zijn eigen mensen om hetzelfde te doen en om de wonderen van God als niets te laten zijn.

D. De geleerden konden niet verder. 
    -Erkenden God.
    -Ex. 8: 19.

Maar het was makkelijker om uiteindelijk met Farao mee te gaan dan om God te erkennen en Hem te volgen.

4. De pogingen van Farao.

Toen de plagen doorgingen en Farao zag dat hij niet sterk genoeg was begon hij bepaalde dingen te beloven.

De beloftes waren 4 in nummer.
    1. Gaat, offert aan uw God in dit land. (8:25)

Kijk eens naar het antwoord van Mozes. (25, 26)

    2. Slechts moogt gij niet al te ver weggaan. (28)

    3. Laat de kinderen achter. (Ex. 10: 7-11)

De plaag van sprinkhanen en duisternis volgde deze belofte.

    4. Gaat, dient de Here, alleen uw kleinvee en uw kinderen moeten achterblijven.

5. De finale.

De houding van Farao volgend op het niet aanvaarden van zijn woorden. Ex. 10: 27-29. .

De laatste poging om hem te laten gehoorzamen aan God. 
    -Ex. 11: lff

Maar ook daarna was hij aarzelend om hen te laten gaan.

Hij liet hen gaan. Alleen maar om hen achterna te gaan en hen te verdelgen. 
    -Maar toen was het God's beurt.

Nu laat God door Farao zien aan ons dat wij ons hart niet moeten verharden.


Vorige