Webbijbel

Gert-Jan Van Zanten


Hoofdstuk 12: 
Boosheid, brandstof voor onze tocht of afval op het pad.


Pro 16:32 De lankmoedige is beter dan de sterke; en die heerst over zijn geest, dan die een stad inneemt.

Een opkikker, levendig en jong voelen, woorden en begrippen die ons een beeld geven van het bereiken van de wat hogere gelegen gedeelten van een berg. Maar, de hoger we klimmen, hoe moeilijker onze tocht word.
De lucht is rein, maar ook anders, het klimmen word steiler en het pad lastiger te bewandelen. Kracht en forsheid zijn nodig om de top te bereiken. Deze zelfde dingen zijn nodig voor ons om vrede te kennen op het pad van ons leven. Om meester te worden over boosheid is een belangrijke stap op ons pad, het is geen stap voor de pasbekeerde.

In het vorige hoofdstuk hebben we gesproken over gematigheid in ons leven en het principe van het beheersen van onszelf en van onze wil in onze beslissingen en specifiek in relatie tot verslavingen.
De gematigde persoon heeft ook controle over boosheid. Sommige mensen geloven dat geweldadige uitingen van boosheid een teken van kracht is en dat ze sterker zijn dan anderen, dat ze respect kunnen afdwingen. Ze zien niet dat dit hetzelfde is als een kind dat kwaad word en alles bedreigt en alles wenst te hebben.
Ze zeggen dat hun boosheid zo groot is, dat het ze beheerst, ze worden een bedreiging voor hen die naast hen staan. In realiteit laten ze hun boosheid de vrije loop gaan, waardoor ze anderen gaan manipuleren en kleineren.

Dit is geen kracht, het is een wanhopige houding van iemand die geen normale manier heeft om anderen te overtuigen of te beinvloeden.

Het is de weg van een lafaard en het is zelf-vernietigend.
Prediker 7: 9"Zijt niet haastig in uw geest om te toornen; want de toorn rust in den boezem der dwazen, "

Boosheid is niet vanuit zichzelf zondig of zelf-vernietigend. Boosheid kan heel opbouwend en constructief zijn. Het kan de drijvende kracht zijn in een aanmoediging om verkeerde dingen recht te maken, om onrechtvaardigheden te rectificeren, om de onderdrukte en de onschuldige te verdedigen, om de waarheid omhoog te houden in het licht van de leugen.

In Efeze 4: 26 en 27, Paulus schrijft daar: "Wordt toornig, en zondigt niet; de zon ga niet onder over uw toornigheid; En geeft den duivel geen plaats. "

De bijbel spreekt keer op keer over Gods boosheid, we hebben zelfs het voorbeeld van Jezus die mensen de tempel uit jaagt met een gesel in Johannes 2. Boosheid kan goed zijn en soms moeten we zelfs boos worden als er kwaad is waar de confrontatie mee aangegaan moet worden. Maar, we moeten altijd aan de woorden herinnert worden: "Zo dan, mijn geliefde broeders, een iegelijk mens zij ras om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn; Want de toorn des mans werkt Gods gerechtigheid niet, " Jacobus 1: 19, 20

Als we boosheid met ons dragen zijn er drie gezamenlijke gevaren die ons wachten op ons pad. Eerstelijk, we moeten gewaar zijn dat als er boosheid in ons hart woont dat het er uitkomt voordat we het doorhebben. Ten tweede, onze boosheid mag niet kleinzielig en egoistisch zijn, het moet rechtvaardige boosheid zijn dat onze ziel sterker zal maken. En ten laatste, ook rechtvaardige boosheid mag niet overgaan in bitterheid. Boosheid is iets dat we allemaal tegenkomen op ons pad en we mogen er mee wandelen, maar als het altijd met ons is zal het onze tocht vertragen.

Telkens en opnieuw laat de Bijbel ons zien dat haastige boosheid de handtekening is van dwazen.


Om boosheid te mijden hebben we een sterke en geduldige geest nodig. Het vereist een aantal kwaliteiten waar we in eerdere hoofdstukken al over gesproken hebben. Matigheid vereist dat we dat we controle moeten hebben over onze emoties en om onze emoties niet onze daden te laten leiden. Als ik barmhartigheid ken zal ik meer van anderen kunnen tolereren, ook zal het me meer begrip geven wat hun aanzet tot hun woorden en daden, dan zal ik minder geneigd zijn om het persoonlijk op te vatten en om boos te worden. Een goed hart ziet ook wanneer we zelf gedeeltelijk verantwoordelijk zijn voor een negatieve situatie. Een gezonde geest geeft ruimte voor zelfbeheersing. Als ik controle heb over mijn tong zal me dat beheersen om dingen te zeggen waar ik later spijt van zou hebben. Respect en eer voor vrienden laat me dat ik hen goed behandel, en mijn gewilligheid om mijn andere wang toe te keren aan mijn vijanden laat me dat ik verkeerde boosheid zou koesteren en niet toegeef aan heftigheid en geweld. Onze geest moet al deze kwaliteiten hebben als we onze boosheid willen bedwingen, om controle te hebben over onze boosheid is voor de meeste van ons een blijvend proces waarbij meer en meer zelfbeheersing kan verworven worden. Omdat het een proces is is er altijd een gevaar dat het nooit helemaal weg zal zijn.

"Die haastig is tot toorn, zal dwaasheid doen..... Spreuken 14: 17. Telkens en opnieuw laat de Bijbel ons zien dat haastige boosheid de handtekening is van dwazen. Het is moeilijk om redelijk te zijn en om wijs te handelen als onze geest bedwelmd is met passionele boosheid. Ik moet in staat zijn om een stap terug te doen, mentaal en emotioneel, van de situaties waarmee ik geconfronteerd word en om met de boosheid een weg te gaan. Ik kan het geen plaats geven of om het me te laten dicteren wie ik ben. Ik dicteer wie ik ben en ik ben geen dwaas. Ik zal mezelf en anderen schade doen als ik mezelf laat gaan in een moment van plotselinge woede. Ik ben groter dan mijn boosheid, ook ben ik niet overgeleverd aan de boosheid van een ander. Omdat hun boos zijn, hoef ik nog niet boos te zijn, ik mag de boosheid van anderen mijn niet laten beheersen.

Zoals we eerder zeiden, rechtvaardige boosheid kan veel goeds voortbrengen. Echter, veel boosheid dat we tegenkomen is geen rechtvaardige boosheid. Wat maakt boosheid rechtvaardige boosheid? Misschien is een weg om dit te begrijpen te kijken naar zaken waar we het al eerder over gehad hebben. We hebben al geschreven dat we gewillig moeten zijn om persoonlijk te lijden en ook onrechtvaardig te lijden. Haastige boosheid over onze eigen zelfzuchtigheid en zelfbekrompenheid is niet rechtvaardig. We moeten de wijsheid bezitten om voorbij het moment te kijken. We moeten God genoeg vertrouwen om te weten dat recht uiteindelijk zal zegevieren.
"Zwijg den HEERE, en verbeid Hem; ontsteek u niet over dengene, wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen uitvoert. Laat af van toorn, en verlaat de grimmigheid; ontsteek u niet, immers niet, om kwaad te doen. Want de boosdoeners zullen uitgeroeid worden, maar die den HEERE verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten," Psalm 37: 7- 9

Boosheid dat gevoerd word door eigen redenen, speciaal een verborgen reden, van onze eigen schuld is niet rechtvaardig. We kunnen niet boos met anderen zijn omwille onze eigen zwakheden en falen. We hebben ook niet het recht om boos te zijn met anderen omdat ze niet naar onze biezen wandelen. Ik ben God niet. Om boosheid te gebruiken als een manipulatie om anderen te laten doen naar mijn wil is immoreel. Een persoon van vrede kan dit soort van houding niet toelaten, niet eens voor een moment. Elk persoon is vrij, omdat God deze persoon gemaakt heeft. Het is niet mijn recht om deze vrijheid te nemen bij geweld of bij vrees. Fysiek of niet, smadelijk gedrag is hatelijk aan God. "Maar nu legt ook gij dit alles af, namelijk gramschap, toornigheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uwen mond, " Koll. 3: 8

Het derde gevaarlijke aspect van boosheid is zijn lang gekoesterde kind, bitterheid. Boosheid moet langzaam gevormd worden en snel weggelaten worden. Als een situatie ons boos maakt hebben we twee keuzes, het bedenken van een oplossing en die toepassen, of als er geen oplossing is, het laten zijn en om dan verder te gaan zonder boosheid. Bitterheid is een plaag, een diep liggend kanker dat onze ziel opeet en geen moment van vrede geeft. Ook God, wanneer zijn boosheid ten laatste geopend word tegen de boosheid van het kwaad van de wereld, zal hij die boosheid niet voor eeuwig laten bestaan. "En scheurt uw hart en niet uw klederen, en bekeert u tot den HEERE, uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwade, " Joel 2: 13. En in Micha 7: 18: "Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel Zijner erfenis voorbij gaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid. "

De persoon van vrede kan niet de bewaarder van wrok zijn. Hij kan boos zijn en het zijn wil niet laten regeren. Hij moet traag worden in boosheid en snel om te luisteren, luisterend voor het doel, niet tot veroordeling, maar tot begrip. Geweld en smaad zijn geen opties voor de persoon van vrede. Als hij boos is, moet zijn boosheid komen vanuit rechtvaardige redenen en resulteren in rechtvaardige woorden en daden. Als ik dit niet kan bereiken, kan ik ook de top niet bereiken en ware vrede ligt voor altijd buiten mijn bereik. Het pad is steil en moeilijk om over te navigeren, maar God leid onze voeten en met Hem zijn "alle dingen mogelijk, " Markus 10: 27. "Ulieden heeft geen verzoeking bevangen dan menselijke; doch God is getrouw, Die u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij vermoogt; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven, opdat gij ze kunt verdragen, " 1 Kor. 10: 13.

Het pad van vrede ligt voor je. Zet je voeten erop en laat niets of niemand je van dit pad afhalen, hoe langzaam je soms ook wandelt. God zal je pad verlichten, Hij zal je voeten leiden en Hij zal je kracht en wijsheid geven als je je hart aan Hem geeft en aan je tocht. "Want deze God is onze God eeuwiglijk en altoos; Hij zal ons geleiden tot den dood toe, " Psalm 48: 14.

Padmarkeringen voor hoofdstuk 12.

1. Strijdt je met boosheid? Als dat zo is, welke omstandigheden zijn met meest moeilijk voor je?





2. Laat die omstandigheden de revue passeren. Is die boosheid rechtvaardig of zelfzuchtig?





3. Maak een lijst van stappen die het vlampunt van je boosheid kunnen verlagen.





4. Welke positieve stappen ben je gewillig te maken om met de verkeerde dingen om te gaan?





5. Heb je wrok in je hart? Wat is de basis of de motivatie voor je aanhoudendheid voor deze wrok? Hoe heeft het jou en anderen geholpen?





6. Beschrijf de natuur van de geest die traag is in boosheid, die gewillig is om het verkeerde te verdragen en die ook gewillig is om rechtvaardige boosheid toe te passen.





7. Als jij boos word, hoe gedraag je je dan? Beschrijf het precies. Ben je smadelijk?





8. Noem een reden waanneer boosheid gerechtvaardigd is? Hoe zou die boosheid zich dan moeten gedragen en wat zal zijn constructieve eind zijn?





9. Denk terug aan toen je deze lessen ben begonnen. Ben je dichter naar God gegroeid of verder van Hem vandaan? Beschrijf je geestelijke tocht.

Vorige