Webbijbel

Gert-Jan Van Zanten


Hoofdstuk 11
Verslavingen, een onmogelijke beklimming

 

Voor de persoon wiens voeten geplant zijn op het pad van vrede zijn verslavingen een belasting die hij niet kan gebruiken wil hij de top kunnen bereiken. Zij zullen onze ziel verdelen, ze zullen onze energie verdelen en ze zullen onze doelen verdelen zodat we gespleten worden in twee personen. Eén die leeft met een doel en met een wil, de andere die tegenstrijdig is en leeft met zelf het zichzelf in de steek laten.
Echter, de verdervende natuur van verslavingen neemt de volledige plaats in van ons doel en onze wil, waardoor er weinig van ons overblijft dan alleen maar een geesteloze zucht naar het voeden van onze verslaving. "Ziet dan, hoe gij voorzichtiglijk wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen. Den tijd uitkopende, dewijl de dagen boos zijn. Daarom zijt niet onverstandig, maar verstaat, welke de wil des Heeren zij. En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest, " Efeze 5: 15- 18.

Als mensen bestaan we uit vlees en geest en deze staan vaak in gevecht met elkaar. Een persoon van vrede zoekt om zijn vlees in onderwerping te brengen aan zijn geest zodat hij niet verraden word door zijn eigen begeerten. Als mijn geest in onderwerping is aan God dan ben ik zijn knecht. Dan leef ik voor God met mijn gehele zelf, echter Zijn geboden zijn altijd ten goede van onszelf. Echter als ons lichaam in dienst is tot zijn eigen behoeften en begeerten, ben ik een slaaf van deze behoeften en begeerten.

Als Christenen zijn we mensen met een doel. Drugs en alcohol beroven ons van ons doel.



Verslavende zaken, of ze nou legaal of illegaal zijn, zijn wreed en boosaardige meesters die ons zullen vernietigen, ze verslinden onze geest tot het punt dat we ons zelf niet meer zullen herkennen. "Dat dan de zonde niet heerse in uw sterfelijk lichaam, om haar te gehoorzamen in de begeerlijkheden deszelven lichaams. En stelt uwe leden niet der zonde tot wapenen der ongerechtigheid; maar stelt uzelven Gode, als uit de doden levende geworden zijnde, en stelt uw leden Gode tot wapenen der gerechtigheid. Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade," Rom. 6: 12- 14.

Als Christenen zijn we mensen met een doel. Drugs en alcohol beroven ons van ons doel. Ze beroven ons ook van onze wil. De keuzes die ik maak zijn niet langer mijn eigen keuzes. Mijn behoefte en begeerte voor mijn verslaving van mijn keuze beroofd mij van mijn menselijkheid en laten mij dalen naar het punt van een miezerig schepsel om alles te doen om mijn dorst te lessen.
Als dan mijn dorst gelest heb ik mijn controle overgegeven aan een chemische stof die geen genade kent, geen barmhartigheid kent en geen gezond verstand heeft. "De wijn is een spotter, de sterke drank is woelachtig; al wie daarin dwaalt, zal niet wijs zijn," Spreuken 20: 1. Ik doe dan dingen en zal dingen zeggen die me later zullen choqueren en ik breng er mijzelf en anderen erdoor in gevaar. Maar even zo belangrijk, het positieve word er volledig door opgeslokt. Ik heb mijn wil en doel dan overgegeven en ik heb mijn ziel behandeld als dat het totaal geen waarde heeft. "Want het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede," Rom. 8: 6.

Vrede ligt verankerd in onze geest. Als we verslaafd zijn aan ons eigen vlees, vrede zal dan voor altijd buiten ons bereik zijn. "De werken des vleses nu zijn openbaar; welke zijn overspel, hoererij, onreinigheid, ontuchtigheid, Afgoderij, venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toorn, gekijf, tweedracht, ketterijen, Nijd, moord, dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke; van dewelke ik u te voren zeg, gelijk ik ook te voren gezegd heb, dat die zulke dingen doen, het Koninkrijk Gods niet zullen beerven. Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Tegen de zodanigen is de wet niet. Maar die van Christus zijn, hebben het vlees gekruist met de bewegingen en begeerlijkheden," Gal. 5: 19- 24.
Matigheid is een sleutelconcept voor de Christen en vertegenwoordigd elk aspect van het leven en hoe de wereld benaderd word. Zonder matigheid is het onmogelijk om de zonde te overwinnen en om vrede te bereiken. Ik moet vechten tegen de verleidingen dat me zou laten verdwalen van het ware pad en ik heb mijn gehele geest nodig om deze gevechten te winnen.
De zwakke en verdeelde ziel is gedoemd om te falen. "En een iegelijk, die om prijs strijdt, onthoudt zich in alles. Dezen dan doen wel dit, opdat zij een verderfelijke kroon zouden ontvangen, maar wij een onverderfelijke. Ik loop dan alzo, niet als op het onzekere; ik kamp alzo, niet als de lucht slaande; Maar ik bedwing mijn lichaam, en breng het tot dienstbaarheid, opdat ik niet enigszins, daar ik anderen gepredikt heb, zelf verwerpelijk worde," 1 Kor. 9: 25- 27.

Slaven van het vleselijke........Ze denken echter in hun dwaasheid dat ze aan de ene kant God kunnen dienen en aan de andere kant hun eigen dienen....


De Christen moet meester zijn over zijn eigen lichaam, niet een slaaf aan zijn lichaam. We moeten in controle zijn over ons eigen lichaam als we tot goede dingen in staat willen zijn. Dit is het doel van Gods bestemming met ons. Hij heeft ons gezegend met de mogelijkheden en bekwaamheid, echter we zijn vrij om deze dingen te verbrassen als we dat willen. Het ironische is echter dat de meeste slaven van het vleselijke dit niet erkennen aan hun heer die ze zo vol van passie dienen. Ze denken echter in hun dwaasheid dat ze aan de ene kant God kunnen dienen en aan de andere kant hun eigen dienen, waar in alle realiteit ze geen van beide dienen. Drugs, van elk kaliber, zijn grote bedriegers. Ze bespotten en plagen ons met momenten van plezier en rust, maar wat ze ons echt geven is wanhoop, radeloosheid en dood. "Laat ons, als in den dag, eerlijk wandelen; niet in brasserijen en dronkenschappen, niet in slaapkameren en ontuchtigheden, niet in twist en nijdigheid; Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden," Rom. 13: 13, 14.

Jezus Christus is de overweldigende en veranderende gave van God aan de mens. In Hem zien we de mogelijkheid van de mens om te rijzen boven de donkere en lelijke invloeden van de zonde, of ze nu van binnen of van buiten zijn, en Hij beweegt ons tot alles dat goed, rein, sterk en waar is. In Hem is geen zwakte, geen ziekte voor de ziel. Hij reikt ons zijn pad aan, zodat onze levens Zijn licht mogen weergeven. We hoeven niet gelijkvormig te worden aan deze wereld, we hoeven niet de wonden te dragen in ons vlees van onze zonden, haar pijn of haar belasting. We kunnen "vernieuwd worden in ons gemoed, opdat wij mogen beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God is," Rom. 12: 2.
Maar we kunnen dit niet bereiken terwijl we belemmerd worden door onze onderwerping aan verslavingen.


Het is niet onze geestelijke reis alleen die gekaapt word terwijl we onze tijd geven aan verslavingen, maar we verliezen ook de mensen om ons heen. De Bijbel leert ons:
"Uw bescheidenheid zij alle mensen bekend," Fill. 4: 5. Gelijk onze matigheid een ieder bekend is als we onze behoeften onder controle hebben, zo is ook onze onmatigheid aan allen bekend als we ons overgeven aan verslavingen. Ook als ik mezelf bedrieg, denkend dat ik in controle bent van mijn verslaving, de mensen om mij heen zijn dat niet. Vrienden, bekenden en ook vreemden zien gelijk tot welke hoogte een verslaving macht heeft over ons en over onze beslissingen. Ik word dan een last en zal een remmend effect hebben, terwijl ik de bron zou moeten zijn van hoop en bemoediging. Wat ik als vermakelijk acht, zij zien het in het ware licht: miezerig.
Wat ik als vermakelijk beschouw is alleen maar beschamend. Wat ik als kracht beschouw en alleen maar zwakte. Al de invloed die ik anders in deze wereld zou hebben, al het goede dat ik kan laten zien, al de kracht die ik door Christus kan bezitten, heb ik overgegeven aan de waarde van een handvol met zand. Slechter zal mijn bestemming zijn dan die van Esau die zijn eerstgeboorterecht inruilde voor een kom met soep. Zijn soep deed iets voor zijn lichaam, maar ook voor zijn bestemming. Verslavingen kennen maar één meester en dat is de verslaving zelf.

Een persoon van vrede is een sterk en nuchter persoon wiens leven is al hetgeen dat ontmoet word. Zijn leven is vol met goede werken en hij bereikt lagen van het leven waar hij trots op kan zijn. Hij zorgt dat er geen schaamte ontstaat aan het deel van zijn zaligheid en zijn God.

"Zo dan, mijn geliefde broeders! Zijt standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in den Heere, " 1 Kor. 15: 58.
Dapperheid, sterkte en een gulle geest – dit zijn kwaliteiten die die een verslavende geest niet kent. Alleen een persoon die in controle is van eigen geest, lichaam en ziel kan een leven leiden van vrede en positieve principes.

Padmarkeringen voor hoofdstuk 11.

1. Beschrijf de lichamelijke effecten van verslavingen. Beschrijf de emotionele en mentale effecten.


2. In het licht van bovenstaande, wat zijn de geestelijke effecten?


3. Hoe beinvloed een verslaving onze mogelijkheden om God te dienen in een practische manier?


4. Welke effecten hebben verslavingen op onze naaste?


5. Beschrijf het karakter van iemand die aan God verslaafd is tegenover iemand die aan een verslaving lijd? Wat beschrijft jou?


6. Gematigdheid relateert aan meer dan een verslaving. In welke gebieden van jou leven heb jij nood aan gematigdheid?

Vorige