"Jesaja
Alle
profeten spraken over de Messias. Als we dan bij de profeet Jesaja
komen zien we dat hij profeteerde 700 jaar voor Christus en 100 jaar
voor de Babylonische wegvoering.
1. Jesaja
2: 2- 5
Jes. 2:2 En het zal
geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des
HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen, en dat hij zal
verheven worden boven de heuvelen, en tot denzelven zullen alle
heidenen toevloeien.
Jes. 2:3 En vele volken
zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des
HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn
wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet
uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem.
Jes. 2:4 En Hij zal
rechten onder de heidenen, en bestraffen vele volken; en zij zullen
hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene
volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen
geen oorlog meer leren.
Jes. 2:5 Komt, gij huis
van Jakob, en laat ons wandelen in het licht des HEEREN.
A. De
laatste dagen.
Als we
kijken naar het nieuwe Testament zien we dat de tijd van het tweede
verbond (Hebr. 9: 15- 17) consequent samengaat met de term “de
laatste dagen”. We zien dan dat de tijd van de gemeente een tijd is
die “de laatste dagen” genoemd word.
Vaak
denken mensen dat de woorden: “de laatste dagen” een referentie zou
zijn naar de dagen net voor de wederkomst van Christus maar niets is
minder waar.
“De laatste dagen” zijn woorden en een begrip dat gebruikt word om
de tijd aan te geven vanaf de oprichting van de gemeente.
In het
boek van Handelingen word daarover al gesproken als Petrus spreekt
over de vervulling van de woorden van Joël als van al hetgene dat op
deze Pinksterdag gebeurd. De woorden van Joël beginnen dan ook met
de woorden: “maar dit is het dat gesproken is door de profeet Joël,
en het zal zijn in “de laatste dagen”.
Verdere
referenties naar “de laatste dagen”:
-Handl. 2: 16- 17
–2 Tim. 3: 1
-Hebr. 1: 1- 3
–2 Petrus 3: 3
Door alle
bovenstaande teksten zien we dat “de laatste dagen” woorden zijn die
de nieuw Testamentische tijd aangeven.
Handl. 3:22 Want Mozes
heeft tot de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal u een Profeet
verwekken, uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen, in
alles, wat Hij tot u spreken zal.
Handl. 3:23 En het zal
geschieden, dat alle ziel, die dezen Profeet niet zal gehoord
hebben, uitgeroeid zal worden uit den volke.
Handl. 3:24 En ook al de
profeten, van Samuel aan, en die daarna gevolgd zijn, zovelen als er
hebben gesproken, die hebben ook deze dagen te voren verkondigd.
Handl. 3:25 Gijlieden
zijt kinderen der profeten, en des verbonds, hetwelk God met onze
vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zade zullen
alle geslachten der aarde gezegend worden.
Handl. 3:26 God,
opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Denzelven eerst tot u
gezonden, dat Hij ulieden zegenen zou, daarin dat Hij een iegelijk
van u afkere van uw boosheden.
1Pe 1:18 Wetende dat gij
niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw
ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is;
1Pe 1:19 Maar door het
dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en
onbevlekt Lam;
1Pe 1:20 Dewelke wel
voorgekend is geweest voor de grondlegging der wereld, maar
geopenbaard is in deze laatste tijden om uwentwil,
De laatste dagen is daarom een term die het nieuwe Testament
gebruikt om het tijdperk van de gemeente aan te geven.
Deze profetie van Jesaja is vervuld in de gemeente die vanaf de
Pinksterdag is gesticht.
B. De wet uit Zion.
De wet zou voortgaan vanuit Zion.
Als we kijken naar de nieuw Testamentische gemeente zien we dat deze
begonnen is in Jerusalem.
Op de Pinsterdag zien we dat de Apostelen vergaderd zijn in
Jerusalem, de Geest komt over hen en de eerste mensen (Joden) worden
toegevoegd aan deze gemeente.
Dit alles gebeurde vanuit Jerusalem.
-Lukas 24: 46- 52
-Handl. 1: 4
Jerusalem was de plaats waaruit alles is begonnen. Christus is in
Jerusalem gestorven en toen Christus is gestorven is het tweede
verbond van kracht geworden.
De discipelen moesten wachten in Jerusalem (Lukas 24: 47; Handl. 1:
4) in Jerusalem kwam de Geest over hen (Handl. 2: 1-4) en de wet
ging uit van die plaats.
Zo zien we vervulling van dit gedeelte uit de profetie van Jesaja
vervuld in dat de wet van Christus voortging uit Sion.
We zien dan ook dat de gemeente in Hebreen beschreven word.
Heb 12:18 Want gij zijt
niet gekomen tot den tastelijken berg, en het brandende vuur, en
donkerheid, en duisternis, en onweder,
Heb 12:19 En tot het
geklank der bazuin, en de stem der woorden; welke die ze hoorden,
baden, dat het woord tot hen niet meer zou gedaan worden.
Heb 12:20 (Want zij
konden niet dragen, hetgeen er geboden werd: Indien ook een gedierte
den berg aanraakt, het zal gestenigd of met een pijl doorschoten
worden.
Heb 12:21 En Mozes, zo
vreselijk was het gezicht, zeide: Ik ben gans bevreesd en bevende).
Heb 12:22 Maar gij zijt
gekomen tot den berg Sion, en de stad des levenden Gods, tot het
hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen;
Heb 12:23 Tot de
algemene vergadering en de Gemeente der eerstgeborenen, die in de
hemelen opgeschreven zijn, en tot God, den Rechter over allen, en de
geesten der volmaakte rechtvaardigen;
Heb 12:24 En tot den
Middelaar des nieuwen testaments, Jezus, en het bloed der
besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel.
Heb 12:25 Ziet toe, dat
gij Dien, Die spreekt, niet verwerpt; want indien dezen niet zijn
ontvloden, die dengene verwierpen, welke op aarde Goddelijke
antwoorden gaf, veelmeer zullen wij niet ontvlieden, zo wij ons van
Dien afkeren, Die van de hemelen is;
Vergelijk ook:
-Zech. 9: 9
-Matt. 21: 5
C. De berg van het huis des Heeren.
De berg is een woord dat spreekt van macht en de oprichting van
macht vanuit God.
In het
nieuwe Testament word dit de gemeente ook met verschillende termen
besproken, een belangrijke in deze kontext is ook Koll. 1: 13 waar
gesproken word dat de gemeente het koninkrijk van Christus is.
Kol 1:12 Dankende den
Vader, Die ons bekwaam gemaakt heeft, om deel te hebben in de erve
der heiligen in het licht;
Kol 1:13 Die ons
getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft
in het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde;
Openb 1:8 Ik ben de Alfa
en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is, en Die
was, en Die komen zal, de Almachtige.
Openb 1:9 Ik, Johannes,
die ook uw broeder ben, en medegenoot in de verdrukking, en in
het Koninkrijk, en in de lijdzaamheid van Jezus Christus, was op
het eiland, genaamd Patmos, om het Woord Gods, en om de getuigenis
van Jezus Christus.
Kijk ook
naar de volgende passage:
Mar 9:1 En Hij zeide tot
hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van degenen, die hier
staan, die den dood niet zullen smaken, totdat zij zullen hebben
gezien, dat het Koninkrijk Gods met kracht gekomen is.
Het
koninkrijk Gods zou komen in het leven van degene waar Jezus op dit
moment mee sprak.
Jezus vertelde Zijn discipelen later dat Hem was gegeven “alle macht
in hemel en op aarde”. (Matt. 28: 18)
Ook een
belangrijke profetie uit Daniël spreekt over het koninkrijk dat niet
zou vergaan, een koninkrijk dag in eeuwigheid zou bestaan.
Dan 2:44 Doch in de
dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk
verwekken, dat in der eeuwigheid niet zal verstoord worden; en dat
Koninkrijk zal aan geen ander volk overgelaten worden; het zal al
die koninkrijken vermalen, en te niet doen, maar zelf zal het in
alle eeuwigheid bestaan.
We zien dan ook dat dit koninkrijk nooit verloren zou gaan.
-Matt. 16: 16- 18
-1
Kor. 15: 28
David en de heilige berg.
Verder heeft David hier over geschreven toen hij in Psalm 2 sprak
dat God de koning (Christus) over Zion Zijn heilige berg heeft
gezet.
Vers 7 van deze Psalm is vervuld in de opstanding van Christus.
-Handl. 13: 33
We zien dan dat dit alles vervuld is in Christus.
Al de naties.
Psalm 22: 28; Jesaja 49: 6; Daniel 7: 13- 14
D. Ze zullen geen oorlog meer voeren.
In de gemeente zien we dit vervuld.
Jesaja 11: 6- 10
-Vergelijk dit met Romeinen 15: 12
We zien dat Paulus over deze woorden spreekt in Romeinen als zijnde
vervuld in de gemeente.
God heeft de grootste vijanden van elkaar bij elkaar gebracht en
vrede regeert in deze gemeente.
Geen wapens meer maar geestelijke wapens.
-2 Kor. 10: 3- 5
-Efeze 2: 17
E. Joël en Jesaja brengen deze teksten ook samen.
De Bijbel is een boek wat als een puzzel in elkaar past.
Zo zien we dat de passage uit Jesaja en Joël bij elkaar gebracht
worden.
We zien dit als we deze twee naast elkaar zetten.
Joe 2:32 En het zal
geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden
worden; want op den berg Sions en te Jeruzalem zal ontkoming zijn,
gelijk als de HEERE gezegd heeft; en dat, bij de overgeblevenen, die
de HEERE zal roepen.
We weten dat de tekst uit Joël (Joël 2: 28- 32) zijn vervulling
heeft gevonden vanaf de Pinksterdag.
We zien dan dat Joël spreekt over de berg Sions an Jerusalem.
Verder worden de eerste woorden uit Joël ook aangehaald door Paulus
in Romeinen 10: 13.
Zo zien we dan dat de berg Sions een beeld is van het koningschap
van Christus.
Hij is tot koning gekroond en Zijn wet is uitgegaan vanuit Jerusalem
op de Pinksterdag.
2. Jesaja 11.
In Jesaja 11 zien we een aantal profetieën die aangehaald worden in
het Nieuwe Testament.
Jes. 11:1 Want er zal
een Rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isai, en een
Scheut uit zijn wortelen zal Vrucht voortbrengen.
En in vers 10 word geschreven:
Jes. 11:10 Want het zal
geschieden ten zelven dage, dat de heidenen naar den Wortel van
Isai, Die staan zal tot een banier der volken, zullen vragen, en
Zijn rust zal heerlijk zijn.
Beide teksten worden door Paulus aangehaald in Romeinen 15 dat heel
duidelijk laat zien dat deze profetieën vervuld zijn in Christus en
dat in Zijn huidige koningschap dat begonnen is door Zijn dood en
opstanding. (Rom. 15: 12)
Dus deze profetie heeft zijn vervulling gevonden in de tijd van de
gemeente door de Heidenen die ook aan de gemeente werden toegevoegd.
Hebben de heidenen zaligheid gevonden in Christus? Ja, dat hebben
ze, dit laat zien dat deze profetie is vervuld.
Het is een Messiaanse belofte die vervuld is in de eerste
komst van Christus en oprichting van de gemeente.
Dan kijken we verder:
Jes. 11:6 En de wolf zal
met het lam verkeren, en de luipaard bij den geitenbok nederliggen;
en het kalf, en de jonge leeuw, en het mestvee te zamen, en een
klein jongske zal ze drijven.
Jes. 11:7 De koe en de
berin zullen te zamen weiden, haar jongen zullen te zamen
nederliggen, en de leeuw zal stro eten, gelijk de os.
Jes. 11:8 En een
zoogkind zal zich vermaken over het hol van een adder; en een
gespeend kind zal zijn hand uitsteken in de kuil van den basilisk.
Jes. 11:9 Men zal
nergens leed doen noch verderven op den gansen berg Mijner
heiligheid; want de aarde zal vol van kennis des HEEREN zijn, gelijk
de wateren den bodem der zee bedekken.
Vele zullen deze passage nemen en zeggen dat dit nog moet gaan komen
in de toekomst, maar klopt dit? Dat is de vraag die we willen
stellen.
Als we kijken naar vers 9 zien we dat daar gesproken word over de
Heilige Berg van God.
-Men zal nergens leed doen noch verderven op den gansen berg Mijner
heiligheid;
-Want de aarde zal vol van kennis des HEEREN zijn, gelijk de wateren
den
bodem der zee bedekken.
Dus het gaat over de berg des Heeren.
We hebben deze berg eerder in dit artikel aangeduid met de gemeente.
Dus weer zien we hoe Jesaja een beschrijving geeft van deze gemeente
en hoe vrede in deze gemeente zou regeren.
Waarom, omdat er volheid is van de kennis der Heeren. (vers 9)
Zoals we al hebben gezien is het 1ste vers en het 10de vers al
aangehaald door Paulus in Romeinen 15.
Verder zien we meer:
Handl. 13:21 En van toen
aan begeerden zij een koning; en God gaf hun Saul, den zoon van Kis,
een man uit den stam van Benjamin, veertig jaren.
Handl. 13:22 En dezen
afgezet hebbende, verwekte Hij hun David tot een koning; denwelken
Hij ook getuigenis gaf, en zeide: Ik heb gevonden David, den zoon
van Jesse; een man naar Mijn hart, die al Mijn wil zal doen.
Handl. 13:23 Van het
zaad dezes heeft God Israel, naar de belofte, verwekt den Zaligmaker
Jezus;
Handl. 13:24 Als
Johannes eerst al den volke Israels voor Zijn aankomst, gepredikt
had den doop der bekering.
In deze passage zien we dat Saul koning was over Israel, dat na hem
David kwam en dat deze David een man was naar Gods hart, dan lezen
we ook dat God van het zaad van deze David verwekt heeft de
zaligmaker Jezus en dit naar de belofte.
God heeft vervuld in Christus de belofte die Hij had gemaakt aan
David, zijn zoon zou op de troon zitten.
Christus zit op de troon van David.
Act 13:32 En wij
verkondigen u de belofte, die tot de vaderen geschied is, dat
namelijk God dezelve vervuld heeft aan ons, hun kinderen, als Hij
Jezus verwekt heeft.
Als we dan dit vers lezen zien we dat de belofte, die aan de vaderen
geschied is dat God deze vervuld heeft aan hun kinderen, ALS HIJ
JEZUS VERWEKT HEEFT.
Dus deze profetie is vervuld door God in Jezus Christus, deze
profetie aan David hoeft niet meer vervuld te worden.
De vervulling van deze profetie word verder bevestigd als we deze
vergelijken met Jesaja 49: 5- 6
Jes. 49:5 En nu zegt de
HEERE, Die Mij Zich van moeders buik af tot een Knecht geformeerd
heeft, dat Ik Jakob tot Hem wederbrengen zou; maar Israel zal zich
niet verzamelen laten; nochtans zal Ik verheerlijkt worden in de
ogen des HEEREN, en Mijn God zal Mijn Sterkte zijn.
Jes. 49:6 Verder zeide
Hij: Het is te gering, dat Gij Mij een Knecht zoudt zijn, om op te
richten de stammen van Jakob, en om weder te brengen de bewaarden in
Israel; Ik heb U ook gegeven tot een Licht der heidenen, om Mijn
heil te zijn tot aan het einde der aarde.
Handl. 13: 46- 47 laten ook zien dat dit vervuld is in Christus. Dit
is het wonderbaarlijke van de Bijbel, al deze dingen vallen als een
puzzel in elkaar.
Handl. 13:46 Maar Paulus
en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was nodig, dat
eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch nademaal gij
hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet waardig
oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen.
Handl. 13:47 Want alzo
heeft ons de Heere geboden, zeggende: Ik heb u gesteld tot een licht
der heidenen, opdat gij zoudt zijn tot zaligheid, tot aan het
uiterste der aarde.
Handl. 13:48 Als nu de
heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich, en prezen het Woord des
Heeren; en er geloofden zovelen, als er geordineerd waren tot het
eeuwige leven.
Over wie heeft Paulus het in deze tekst en wat betekenen deze
dingen?
We zien hier dat Paulus en Barnabas tot de Joden spreken en hen
vertellen dat het evangelie ook naar de Heidenen gaat omdat zij het
niet eeuwige leven niet waardig oordeelden.
En dan grijpt Paulus naar de passage uit Jesaja 49 als zijnde
vervuld. “Het licht der heidenen” was ook gekomen in Christus.
3. Jesaja 55.
Jesaja 55 geeft ons een beeld over het kopen van Gods gaven.
Gaven die te koop zijn helemaal voor niets. We hoeven alleen maar
naar Hem te komen en we krijgen de weldaden van David.
Jes. 55:1 O alle gij
dorstigen! komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt,
koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en
melk!
Jes. 55:2 Waarom weegt
gijlieden geld uit voor hetgeen geen brood is, en uw arbeid voor
hetgeen niet verzadigen kan? Hoort aandachtiglijk naar Mij, en eet
het goede, en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen.
Jes. 55:3 Neigt uw oor,
en komt tot Mij, hoort en uw ziel zal leven; want Ik zal met u een
eeuwig verbond maken, en u geven de gewisse weldadigheden van David.
Als we kijken naar de woorden van deze profeet dan zien we dat deze
woorden ook worden aangehaald in het nieuwe Testament, dus weer word
er duidelijkheid gegeven over wanneer deze dingen vervuld zijn.
De woorden van deze profetie laten zien dat het “eeuwige verbond” en
de “gewisse weldadan van David” naar hetzelfde refereren.
We laten Lukas spreken:
Act 13:33 Gelijk ook in
den tweeden psalm geschreven staat: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik
U gegenereerd.
Act 13:34 En dat Hij Hem
uit de doden heeft opgewekt, alzo dat Hij niet meer zal tot
verderving keren, heeft Hij aldus gezegd: Ik zal ulieden de
weldadigheden Davids geven, die getrouw zijn;
Deze passage laat zien dat God ons de weldaden Davids heeft gegeven
toen Christus uit de doden is opgestaan.
Paulus laat zien dat de weldadigheden Davids zijn gegeven bij de
opstanding van Christus.
Hij is uit de doden opgestaan en daardoor zijn de weldaden Davids
ons ten deel gevallen.
Dus hier spreken we ook over iets dat niet in de toekomst is maar
dat in het verleden al vervuld is.
In vers 26 van dit 13de hoofdstuk zien we de woorden: “Mannen
broeders, kinderen van het geslacht Abrahams, en die onder u God
vrezen, tot u is het woord dezer zaligheid gezonden”, in vers 29
lezen we: “En als zij alles volbracht hadden, wat van Hem geschreven
was”, in vers 30 lezen we: “Maar God heeft Hem uit de doden
opgewekt”.
Al deze dingen laten zien dat in de opstanding van Christus ons de
weldadigheden van David heeft geschonken.