Abram, als een waar gelovig mens in God, kwam uit Ur der Chaldeen
met zijn vader Terach en vestigde zich in Haran. (Zuid-oosten van
Turkije) Toen ze daar waren kreeg Abram de opdracht van God om te
vertrekken uit dit land en om te gaan naar het land van Kanaan. Hij
kwam tot Sichem, toen hij daar kwam waren de Kanaanieten in het
land.
Gedurende deze tijd kreeg Abram een 3-voudige belofte van God. (Gen.
12: 1- 3)
-God zou hem dit land geven.
-God zou hem tot een
groot volk maken.|
-Met
Abram zouden alle volken des aardbodems gezegend worden.
We zien dan ook als we verder gaan in het boek van Genesis dat Isaak
en Jacob deze zelfde beloften krijgen. (26: 3- 5; 28: 13- 15)
Nu leven we in dagen van speculatie.
Groepen die zich gelovig noemen vertellen ons dat deze beloften nog
niet vervuld zijn.
A. Een land-belofte
Jozua 21: 42- 45
Jos 23:14 En ziet, ik ga
heden in den weg der ganse aarde; en gij weet in uw ganse hart en in
uw ganse ziel, dat er niet een enig woord gevallen is van al die
goede woorden, welke de HEERE, uw God, over u gesproken heeft;
zij zijn u alle overkomen; er is van dezelve niet een enig woord
gevallen.
Jos 23:15 En het zal
geschieden, gelijk als al die goede dingen over u gekomen zijn, die
de HEERE, uw God, tot u gesproken heeft, alzo zal de HEERE over u
komen laten al die kwade dingen,
totdat Hij u verdelge van dit goede land, hetwelk u de HEERE, uw God
gegeven heeft.
Jos 23:16 Wanneer gij
het verbond des HEEREN, uws Gods, overtreedt, dat Hij u geboden
heeft, en gij heengaat en dient andere goden, en u voor dezelve
nederbuigt, zo zal de toorn des HEEREN over u ontsteken,
en gij zult haastiglijk omkomen van het goede land, hetwelk Hij u
gegeven heeft.
Zo lezen we dat God de landbelofte aan Abram had vervuld.
Al het goede wat God had beloofd was over hen gekomen.
Neh 9:22 Voorts hebt Gij
hun koninkrijken en volken gegeven, en hebt hen verdeeld in hoeken.
Alzo hebben zij erfelijk bezeten het land van Sihon, te weten, het
land des konings van Hesbon, en het land van Og, koning van Basan.
Neh 9:23
Gij hebt ook hun kinderen vermenigvuldigd, als de sterren des
hemels; en Gij hebt hen gebracht in het land, waarvan Gij tot hun
vaderen hadt gezegd, dat zij zouden ingaan om het erfelijk te
bezitten.
Neh 9:24 Alzo zijn de
kinderen daarin gekomen, en hebben dat land erfelijk ingenomen; en
Gij hebt de inwoners des lands, de Kanaanieten, voor hun aangezicht
ten ondergebracht, en hebt hen in hun hand gegeven, mitsgaders hun
koningen en de volken des lands, om daarmede te doen naar hun
welgevallen.
B. A
volk-belofte.
God maakte
Abram een groot volk
Als we kijken naar het woord-gebruik in Genesis zien we dat het
grote volk zou zijn als “de sterren des hemels”. (Gen. 26: 4) In een
andere plaats “als het stof der aarde'. (Gen. 28: 14)
Deu 1:10 De HEERE, uw
God, heeft u vermenigvuldigd, en ziet,
gij zijt heden als de sterren des hemels in menigte.
2Sa 7:22 Daarom zijt Gij
groot, HEERE God! Want er is niemand gelijk Gij, en er is geen God
dan alleen Gij, naar alles, wat wij met onze oren gehoord hebben.
2Sa 7:23 En wie is,
gelijk Uw volk, gelijk Israel, een enig volk op aarde, hetwelk God
is heengegaan Zich tot een volk te verlossen, en om Zich een Naam te
zetten, en om voor ulieden deze grote en verschrikkelijke dingen te
doen aan Uw land, voor het aangezicht Uws volks, dat Gij U uit
Egypte verlost hebt, de heidenen en hun goden verdrijvende.
2Sa 7:24
En Gij hebt Uw volk Israel U bevestigd, U tot een volk,
tot in eeuwigheid; en Gij, HEERE, zijt hun tot een God geworden.
Heb 11:12 Daarom zijn
ook van een, en dat een verstorvene, zovelen in menigte geboren, als
de sterren des hemels, en als het zand, dat aan den oever der zee
is, hetwelk ontallijk is.
C. Een
zaad-belofte.
Jezus
is de vervulling van deze belofte.
Een belofte gemaakt aan Abram, maar veel later vervuld in de grote
Christus.
Gal 3:16 Nu zo zijn de
beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En
den zaden, als van velen; maar als van een: En uw zade; hetwelk is
Christus.
Act 3:25 Gijlieden zijt
kinderen der profeten, en des verbonds, hetwelk God met onze vaderen
opgericht heeft, zeggende tot Abraham:
En in uw zade zullen alle geslachten der aarde gezegend worden.
Act 3:26 God, opgewekt
hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Denzelven eerst tot u gezonden, dat
Hij ulieden zegenen zou, daarin dat Hij een iegelijk van u afkere
van uw boosheden.
Gal 3:8 En de Schrift,
te voren ziende, dat God de heidenen uit het geloof zou
rechtvaardigen, heeft te voren aan Abraham het Evangelie verkondigd,
zeggende:
In u zullen al de volken gezegend worden.
Gal 3:9 Zo dan, die uit
het geloof zijn, worden gezegend met den gelovigen Abraham.
God heeft Zijn beloften vervuld.
Alles zoals beschreven is gegeven en aan ons en onze kinderen
gegeven.