Schriftlezing:
Psalm
1:1-6...Welzalig
de man die niet wandelt in de raad der goddelozen, die niet staat op
de weg der zondaars,
noch zit in de kring der spotters; (2) maar aan des Heren wet
zijn welgevallen heeft, en diens wet overpeinst bij dag en
bij nacht. (3) Want hij is als een boom, geplant aan
waterstromen die zijn vrucht geeft op zijn tijd, welks loof niet
verwelkt; - al wat hij onderneemt gelukt (4) Niet alzo de
goddelozen; die toch zijn als kaf dat de wind verstrooit.
(5) Daarom houden de goddelozen geen
stand in het gericht, noch de
zondaars in de vergadering der
rechtvaardigen, (6) want de Here kent de weg der
rechtvaardigen, maar de weg der goddelozen vergaat.
Deze
psalm wil ons onderwijzen van de weg waarop
zegeningen worden verkregen en de weg die naar het verderf
leidt.
Goddelozen (ongelovigen) zijn mensen die geen genade voor God
hebben, maar die gedoemd zijn om verdoemd en veroordeeld te worden.
Ongelovige mensen zijn dus mensen die de heerlijkheid van God
missen, zie: Romeinen 3:23, 24...Want allen hebben
gezondigd en derven (missen) de
heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn
genade, door de
verlossing in Christus
Jezus.
In
vers 4 staat: Niet alzo de goddelozen...!
Uit deze woorden moeten wij verstaan, dat al het goede,
dat er van de rechtvaardigen gezegd wordt, bij de goddelozen zal
ontbreken.
Zij
zijn, zoals we kunnen lezen in vers 4 als kaf dat door
de wind verstrooit wordt. Zij hebben de Here Jezus niet als hun
Verlosser, zij zijn zonder God. zij zijn zonder hoop.
Daarom
zijn de goddeloze niet aan waterstromen geplant. Zij zijn 'wilde
bomen' zie studie: “Als een boom.”
De
goddelozen zijn dus ellendig en rampzalig, zie:
Jesaja
3:10,11...Zegt
van de rechtvaardige, dat het hem zal welgaan, want hij zal de
vrucht zijner daden eten.(11) Wee de goddeloze, het zal hem
slecht gaan, want het werk zijner handen zal hem worden vergolden.
Prediker 8:12,13
zegt: Nochtans weet ik, dat het de godvrezenden wel zal gaan,
omdat zij voor Hem vrezen ;
de goddelozen daarentegen zal het niet welgaan en hij zal zijn
levensduur niet verlengen als de schaduw, omdat hij voor God niet
vreest.
Psalm
35: 5
zegt: Laten zij worden als kaf voor de wind, wanneer de
Engel des Heren hen neerstoot.
|
'Laat hen worden als kaf voor de wind'
Zij waren snel genoeg tot de aanval; laten zij nu even
snel moeten wezen om te vluchten. Laten zij door hunne
eigene vreze en door de angsten van hun geweten zo zeer
moedeloos worden, dat de minste ademtocht van de wind
der beproeving hun her- en derwaarts zal kunnen drijven.
Goddeloze mensen zijn onwaardig in karakter en
lichtvaardig in hun gedrag, omdat hun alle
vastberadenheid en vastheid van beginselen ontbreken.
Het is dan ook niet meer dan recht, dat zij,
die zich zelven tot kaf maken, ook als zodanig
worden
|
(Kaf
is het
droge blaadje van de gedorste koren, waarmee het koren is omhuld.
Het zijn dus de lege hulzen van het graan. Genoemd als het
waardeloze. Het kaf wordt van het koren gezift, het bruikbare
wordt van het waardeloze - goed van kwaad - gescheiden).
De
goddelozen (mensen zonder God), worden dus met het kaf
vergeleken!
Aangaande kaf lezen we op meerdere plaatsen in Gods
betrouwbaar woord, zie o.a.:
Job
21:17,18...Hoe
dikwijls wordt de lamp der goddelozen uitgeblust, en komt hun
verderf over hen, deelt Hij hun in zijn toorn
smarten toe! (18) Zij worden als stro voor de
wind, als kaf, dat de storm wegblaast.
Jeremia
13:24...Ja,
Ik zal hen verstrooien als kaf wegstuivend in de
woestijnwind.Hosea 13:3...Daarom zullen zij worden als
een morgenwolk, als dauw die in de vroegte vergaat als kaf
dat van de dorsvloer wegstuift, en als rook uit de venster.
Mattheus 3:12...De
wan is in zijn hand en Hij zal zijn dorsvloer geheel zuiveren en
zijn graan in de schaduw bijeenbrengen, maar het kaf zal
Hij verbranden met onuitblusbaar vuur.
Kaf
heeft van buiten een schijn van alsof het echte koren is, maar
binnen is het leeg. Er zit niets in. En zo is het ook met degenen
die niet in God geloven, de ongelovigen, de god-lozen (vergelijk:
2Timotheus 3:5)
|
“Een burger moet ook een goed christen zijn, want een
goede burger is misschien wel goed voor de maatschappij,
maar niet voor de hemel.”
Uit: Verzameling “Korte Wijsheden” (W.K.) |
Kaf
heeft
ook geen vocht in zich, kurkdroog, er zit geen levende sap in. Het
heeft ook geen zaad in zich. Zo zijn ook de niet-wedergeboren mensen
dood in zonden, vervreemd van het leven Gods (Efeziers 4:18).
Ze missen de Geest des levens! Daarom kunnen zij geen
geestelijk voedsel aan anderen aanbieden. Terwijl de gelovigen, de
wedergeborenen als het goede zaad, anderen kunnen voeden, zie ook:
Mattheus 13:23.
Spreuken 10:21
zegt: De lippen van de rechtvaardigen weiden er velen, maar de
dwazen sterven door gebrek aan verstand.
Kaf
is eigenlijk nergens goed voor, het is eigenlijk een
'wegwerpartikel.' Alleen
de boer gebruikt het om het koren tegen de wind en de hete zon te
beschermen, maar daarna verbrandt hij het.
Kaf
is ook erg licht , het is niets anders dan een lege huls, en zo
worden ook de goddelozen door God te licht
bevonden. Vele
mensen denken dat ze
gewicht genoeg hebben en voor God kunnen bestaan. Maar wanneer ze
door God gewogen worden, zullen ze te licht worden
bevonden, zie
o.a. Daniel
5:26-28
Psalm 1:4
zegt: de goddelozen, die toch zijn als kaf dat de wind
verstrooit.
Het
kaf stuift ook gemakkelijk weg als het gewand wordt. zie: (Mattheus
3:12) en zo bezwijken ook de god-lozen, mensen zonder God,
zonder Verlosser, zonder genade. Maar ook de schijnheiligen en
naam-christenen.
Laten
we lezen:
Mattheus 13:24-30...Nog
een gelijkenis hield Hij hun voor en Hij zeide:
“Het
Koninkrijk der hemelen komt overeen met iemand, die goed zaad
gezaaid had in zijn akker.
(25)
Doch terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide er
onkruid overheen, midden tussen het koren, en ging weg. (26)
Toen het graan opkwam en vrucht zette, toen kwam ook het onkruid
te voorschijn. (27) Daarna kwamen de slaven van de eigenaar
en zeiden tot hem:“Heer, hebt
gij niet goed zaad in uw akker gezaaid?
Hoe komt hij dan aan onkruid?
(28) Hij zeide tot hen: “Dat heeft een vijandig mens gedaan.”
De slaven zeiden tot Hem: (29) “Wilt gij dan, dat wij het
bijeenhalen? Hij zeide: “Neen, want bij het bijeenhalen van het
onkruid zoudt gij tevens het koren kunnen uittrekken. (30)
Laat het beide samen opgroeien tot de oogst. En in de oogsttijd zal
ik tot de maaiers zeggen: “Haalt eerst het onkruid bijeen en
bindt het in bossen om het te verbranden, maar brengt het
koren bijeen in mijn
schuur.”
Hier
zien we dat het kaf samen opgroeit met het koren, het
is ermee verstrengeld. Dit laat ons zien dat de natuurlijke
staat van de Gemeente van Christus niet alleen bestaat uit
gelovigen, maar ook zij die niet werkelijk wedergeboren zijn,
en dus in een verloren staat bevinden.
Toen de
'gemeente' alleen nog maar bestond uit het gezin van Adam, was daar
ook een goddeloze Kain
En als we naar de familie van Abraham kijken is daar niet alleen een
Isaak, maar ook een spottende Ismael. En in het gezin van Isaak was
er niet alleen een godvrezende Jacob, maar ook een goddeloze Ezau.
En zelfs onder de twaalf apostelen van de Here Jezus was er de
huichelaar en verrader Judas Iskariot.
Daarom
vergelijkt de Here Jezus Christus de Gemeente ook met een net, dat
verschillende soorten vis bijeenhaald – goede en slechte, zie:
Mattheus 13:47-50.
Zoals
het graan in de schuur verzameld wordt en het kaf
verbrand, zo zal de Here Jezus de gelovige vergaderen in Zijn
Koninkrijk en de goddelozen, zij die niet waarachtig bekeerd zijn,
veroordelen tot een eeuwige straf (Mattheus 3:12; vergelijk
13:30, 42, 50, zie ook mijn vorige studie: “Het gevaar van het
uitstellen van bekering en doop.”
Bij
deze kunnen we vaststellen dat David terecht de goddelozen
vergelijkt met het kaf:
Psalm
1:5...Daarom
houden de goddelozen geen stand in het gericht, noch de zondaars in
de vergadering der rechtvaardigen (gemeente).
Lieve
mensen, zie hier nu de eeuwige rampzalige staat van de onbekeerden.
En als u, lezer(es) nog niet bekeerd en gedoopt bent, en uw hart nog
niet vernieuwd hebt, dan leeft u nog in zonde.
U zult komen voor de rechtbank van de Almachtige ,
Alwetende, Alomtegenwoordige God!
Prediker 12:14
zegt: Want God zal elke daad doen komen in het gericht
over
al het verborgene, hetzij goed, hetzij kwaad.
En
Hebreeen 4:13 zegt: Geen schepsel is voor Hem verborgen, want
alle dingen liggen open
en ontbloot voor de ogen
van Hem, voor wie wij rekenschap hebben af te leggen.
Het
gericht waarover hier gesproken wordt, moeten we verstaan als het
allerlaatste openbare rechtspraak, dat de Here Jezus zal houden als
Hij komt om te oordelen de levenden en de doden, zie:
1Petrus
4:5...Maar
zij zullen daarvan rekenschap moeten geven aan Hem, die gereed staat
om levenden en doden te oordelen.(zie ook: Romeinen 14:9;
2Timotheus 4:11; Openbaring 20:12,13.
Lieve
mensen, God heeft u lief, Hij wil niet dat er ook maar één mens
verloren gaat (Lukas 15). Komt tot Hem. Laat u niet weerhouden! Het
leven op deze aardbol is kort in vergelijking met de eeuwige
welgelukzaligheid! Gods betrouwbaar woord zegt:
Bekeert
u en wendt u af van al
uw overtredingen, dan zal u dat niet een struikelblok tot
ongerechtigheid worden. Werpt alle overtredingen die gij begaan
hebt, van u weg, en vernieuw uw hart en uw geest.
(Ezechiel
18:30b-31).
Johannes 3:16-21...Want
alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon
gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren
ga, maar eeuwig leven hebbe (17) Want God heeft Zijn Zoon
niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar
opdat de wereld door Hem behouden worde. (18) Wie in Hem
gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds
veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de
eniggeboren Zoon van God. (19) Dit is het oordeel, dat het
licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis
liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos.
(20) Want
een
ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het
licht, opdat zijn werken niet aan het licht komen; maar wie de
waarheid doet, gaat tot het licht, opdat zijn werken blijke, dat zij
in God verricht zijn.
![]()