Als we nadenken over de leer van de uitverkiezing, dan komen we
ongetwijfeld ook uit bij het eerste hoofdstuk van Efeze.
In Efeze hoofdstuk 1 komen we woorden tegen die met het principe van
Gods uitverkiezing te maken hebben.
Ef 1:3 Gezegend zij de
God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft
met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.
Ef 1:4 Gelijk Hij ons
uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld,
opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde;
Ef 1:5 Die ons te voren
verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus
Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.
Ef 1:6 Tot prijs der
heerlijkheid Zijner genade, door welke Hij ons begenadigd heeft
in den Geliefde;
Ef 1:7 In Welken wij
hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der
misdaden, naar den rijkdom Zijner genade,
Ef 1:8 Met welke Hij
overvloedig is geweest over ons in alle wijsheid en voorzichtigheid;
Ef 1:9 Ons bekend
gemaakt hebbende de verborgenheid van Zijn wil, naar Zijn
welbehagen, hetwelk Hij voorgenomen had in Zichzelven.
Ef 1:10 Om in de
bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot een te
vergaderen in Christus, beide dat in den hemel is, en dat op
de aarde is;
Ef 1:11 In Hem, in
Welken wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die te voren
verordineerd waren naar het voornemen Desgenen, Die alle dingen
werkt naar den raad van Zijn wil;
Ef 1:12 Opdat wij zouden
zijn tot prijs Zijner heerlijkheid, wij, die eerst in Christus
gehoopt hebben.
Ef 1:13 In Welken ook
gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie
uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd
hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;
Ef 1:14 Die het
onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot
prijs Zijner heerlijkheid.
De woorden van hoofdstuk 1: 3- 14 waren in de originele Grieks tekst
één zin.
Het was een zin die uit 202 woorden bestond.
Deze woorden zijn een parel, als we deze woorden
beginnen te lezen vanaf het begin ontwikkelt zich een
rijkdom. Rijkdom als in een orkest, als langzaam alle delen
samenkomen en alles zich naar een hoogtepunt toewerkt.
Het is als een sneeuwbal die boven aan de berg begint, naar beneden
rolt en steeds groter word.
1. Waar zijn Geestelijke zegeningen?
Geestelijke zegeningen zijn alleen te verkrijgen bij en met God de
Vader. God de Vader heeft ons gezegend. Alle geestelijke zegeningen
zijn ons gegeven van God de Vader.
Als we kijken naar onze tekst zien we: “Gezegend zij de God en
Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met
alle geestelijke zegening in den hemel in Christus”.
We zien in deze woorden dat God de Vader de zegenende is.
Als we kijken naar het vierde en vijfde hoofdstuk van Openbaring dan
zien we daar dat God de Vader geprezen word als degene die op de
troon zit.
Veel verschillende Psalmen laten zien dat God de Vader verheven is
boven alles. Hem komt alle eer toe. (Psalm 145)
We lezen dan ook in Fillipenzen in het tweede hoofdstuk dat Christus
door God de Vader is verheven tot de hoogste plaats. (Fill. 2: 9-
11)
In al deze dingen zien we dat God de Vader degene is die alles
geeft, die ons zegent, die alle glorie en eer toekomt.
Zoals Christus zelf sprak: “Ga weg, satan, want er staat
geschreven: Den Heere, uw God, zult gij aanbidden, en Hem alleen
dienen”. (Matt. 4: 10)
Als we dan verder kijken naar deze tekst dan zien we:
1. Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de
grondlegging der wereld.
2. Die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen
door welke Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde.
3. In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed,
namelijk de vergeving der misdaden.
4. Ons bekend gemaakt hebbende de verborgenheid van Zijn wil.
5. Hij gaat wederom alles te vergaderen in Christus.
6. In Hem, in Welken wij ook een erfdeel geworden
zijn.
7. In Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt
verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte.
Als we naar alle deze dingen kijken dan zien we dat zaligheid in
Christus een éénzijdig werk van God de Vader is. Hij is degene die
verlossing mogelijk gemaakt heeft in Christus.
Daarom schrijft het tweede hoofdstuk ook:
“Want
uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit
u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme”.
Niemand kan roemen dan in het volbrachte werk van Christus aan het
kruis en dat naar de eeuwige raad Gods.
2. Hoe heeft God ons gezegend?
Als we kijken naar deze tekst dan zien we dat de woorden: “in
Christus” of “in Hem”, “door Christus Jezus”, “de geliefde” dan zien
we dat dit 6 keer voorkomt.
Al deze dingen laten zien dat God het verlossingswerk volbracht
heeft door Zijn Zoon Jezus Christus.
Zoals Christus zelf zei: “Ik
ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den
Vader, dan door Mij”.
(Joh. 14: 6)
Zoals Petrus getuigde:
“Zo
zij u allen kennelijk, en het ganse volk Israel, dat door den Naam
van Jezus Christus, den Nazarener, Dien gij gekruist hebt, Welken
God van de doden heeft opgewekt, door Hem, zeg ik, staat deze hier
voor u gezond. Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht
is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is.
En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den
hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken
wij moeten zalig worden”. (Handl. 4: 10- 12)
De hele schrift getuigd van het feit dat de enige weg naar de Vader
de Zoon Jezus Christus is.
Deze was door God verkoren van voor de grondlegging der
wereld.
God heeft ons gezegend in Christus. Er is geen andere weg naar God
dan door Christus. En deze Christus was verkoren door God.
Het oude verbond getuigd van dit in Jesaja.
Jes 42:1 Ziet, Mijn
Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn
ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal
het recht den heidenen voortbrengen.
Jes 42:2 Hij zal niet
schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat
horen laten.
Als we kijken naar het nieuwe verbond dan lezen we in Hebreeën dat
het bloed van stieren en
bokken geen zonden kon wegnemen. (Hebr. 10: 4)
Deze waren alleen maar een schaduw. Daarom lezen we ook verder:
“Slachtoffer en offerande hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij
het lichaam toebereid; Brandofferen en offer voor de zonde hebben U
niet behaagd. Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin des boeks is
van Mij geschreven), om Uw wil te doen, o God”. (Hebr. 10: 5- 7)
De offerande van Christus was compleet voorbereid. Het werk dat
Christus zou volbrengen om voor de zonde van de wereld een offerande
te zijn was voorbereid door God de Vader.
En dit van voor de grondlegging der wereld.
Petrus getuigd daarvan:
1Pe 1:18 Wetende dat gij
niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw
ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is;
1Pe 1:19 Maar door het
dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en
onbevlekt Lam;
1Pe 1:20 Dewelke wel
voorgekend is geweest voor de grondlegging der wereld, maar
geopenbaard is in deze laatste tijden om uwentwil,
1Pe 2:4 Tot Welken
komende, als tot een levenden Steen, van de mensen wel verworpen,
maar bij God uitverkoren en dierbaar.
Beide teksten schrijven dat we verlost zijn door het bloed van
Christus. We zijn gekozen in het onbevlekte lam, gekozen in de
levenden Steen.
In al deze woorden zien we de onomkeerbare waarheid van God dat Hij
de wereld heeft gezegend door Christus alleen.
Christus was degene die verkoren was van voor de grondlegging der
wereld.
Dit alles was door God voorbereid.
We zien verdere getuigenis van dit principe in het boek van Efeze
als er geschreven staat: “Opdat
nu, door de Gemeente, bekend gemaakt worde aan de overheden en de
machten in den hemel de veelvuldige wijsheid Gods; Naar het eeuwig
voornemen, dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus, onzen Heere”.
(Efeze 3: 10- 11)
God had een eeuwig voornemen, dat was de gemeente, maar dit eeuwige
voornemen heeft God volbracht in Christus en in Hem alleen.
In al deze dingen zien we dat God de Vader ons heeft gekozen in
Christus. En dan met de nadruk op “gekozen in Christus”.
Dit in contrast tot,
“niet gekozen in het bloed van stieren en
bokken”, “niet gekozen in George Bush”, “niet gekozen in
Boeddha”, “niet gekozen in goud of zilver”, maar gekozen in Christus
Jezus.
Dit was Gods plan van voor de grondlegging der wereld. Verkoren in
Christus, door Hem en door Hem alleen. Verkoren in Christus......
En zo zijn gelovigen uitverkoren in Christus, met de nadruk op
“uitverkoren in Christus”.
Hij is de enige weg tot de Vader, alleen in Hem.
3. De getuigenis van “geloof” uit het boek van Efeze.
Als we verder kijken en door dit boek van Efeze wandelen zien we
getuigenis van het geloof van de Christenen in Efeze, wat vertellen
deze dingen ons.
Als we kijken naar het geloof van de Efeziers observeren we het
volgende.
Ef 1:13 In Welken ook
gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie
uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd
hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte.
We lezen in deze tekst dat de Efeziers verzegeld waren met de Geest
der belofte. Wanneer waren zij verzegeld? Dit was toen zij gelovig
geworden waren.
En we stellen dan de vraag, waar komt geloof vandaan?
Het boek van Romeinen getuigd dat geloof: “Zo
is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord
Gods”. (Rom. 10: 17)
Het boek van Thessalonisenzen getuigd:
“Waartoe
Hij u geroepen heeft door ons Evangelie, tot verkrijging der
heerlijkheid van onzen Heere Jezus Christus”. (2 Tess. 2: 14)
Dus het woord van God (het evangelie) word gepredikt en door deze
prediking komen mensen tot geloof.
Maar lezen we: “En als zij hem een dag gesteld hadden, kwamen er
velen in zijn woonplaats; denwelken hij het Koninkrijk Gods
uitlegde, en betuigde, en poogde hen te bewegen tot het geloof in
Jezus, beide uit de wet van Mozes en de profeten, van des morgens
vroeg tot den avond toe. En sommigen geloofden wel, hetgeen gezegd
werd, maar sommigen geloofden niet. En tegen elkander oneens zijnde,
scheidden zij; als Paulus dit ene woord gezegd had, namelijk: Wel
heeft de Heilige Geest gesproken door Jesaja, den profeet, tot onze
vaderen, Zeggende: Ga heen tot dit volk, en zeg: Met het gehoor zult
gij horen, en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien, en
geenszins bemerken. Want het hart dezes volks is dik geworden, en
met de oren hebben zij zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij
toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en
met de oren horen, en met het hart verstaan, en zij zich bekeren, en
Ik hen geneze”. (Handl. 28: 23- 27)
In de Calvinistische wereld word geschreven dat geloof een gave van
God is, dat het bewerkt word door de Geest,
maar de Bijbel getuigd dat geloof komt als het evangelie word
gepredikt.
Als we dan kijken naar deze bovenstaande tekst zien we:
-
Paulus getuigde tot het geloof in Jezus.
-
Sommige geloofden wel en sommigen geloofden niet.
-
Paulus zei dat dit alles al was geprofeteerd door Jesaja.
-
Het hart van dit volk is dik geworden.
-
Opdat ik hen geneze.
We lezen dus in deze dingen dat sommigen wel geloofden en sommigen
niet. Waarom was dit?
Niet omdat God hun niet had verkoren, nee, omdat hun hart vet
geworden was en ze God ze niet kon genezen.
Als we zo naar deze dingen kijken dan zien we dat zaligheid in
Christus gegeven is door God de Vader. Maar deze zaligheid kan pas
gegeven worden aan de mens als deze mens gehoor geeft aan het
evangelie dat word gepredikt.
Daarom sprak Christus de woorden:
“Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot;
maar de arbeiders zijn weinige;
Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst
uitstote”. (Matt. 9: 37- 38)
Werkers moesten uitgezonden worden om mensen het evangelie te
prediken (Rom. 10: 15)
4. De grotere context.
Voor een moment willen we nog even kijken naar de grotere getuigenis
van het Woord van God.
Als we de Bijbel werkelijk zuiver willen lezen, mogen we nooit de
ene tekst van de andere isoleren.
Zo zien we dat de Bijbel getuigenis geeft dat God wil dat alle
mensen behouden worden.
Maar volgens de Calvinistische leer is dit niet waar.
Maar wie heeft er nu gelijk, God of de Calvinistische leer. Ik laat
aan u om deze vraag te beantwoorden.
Als ik dan naar de Bijbel kijk dan zien we dat de Bijbel getuigenis
geeft dat God wil dat alle mensen tot bekering komen.
2Pe 3:9 De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat
traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende,
dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.
En ook dat in 1 Joh. 2 beschreven staat:
1Jn 2:1 Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet
zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak
bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige;
1Jn 2:2 En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen
voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.
In de Calvinistische gedachtengang word gezegd dat Christus alleen
voor de uitverkorenen gestorven is. Maar deze tekst laat
onomstotelijk zien dat Christus voor de zonden van de hele wereld
een verzoening is.
In al deze dingen, ik kom even terug op wat ik eerder schreef, er
zijn bepaalde teksten die contextueel eenvoudiger uit te leggen zijn
dan andere, maar vergeet ook de grotere context niet en dan denken
we aan woorden zoals hierboven.
Dat gezegd hebbende, God geeft getuigenis dat Hij wil dat alle
mensen tot behoudenis komen, God geeft getuigenis dat het bloed van
Christus niet alleen voor de verzoening was van de zonden van de
Christenen, maar ook voor de zonden van de gehele wereld.
![]()