(In
profetie)
In deze
serie van studie willen we het koninkrijk der hemelen volgen. We
willen een beeld geven van dit koninkrijk, de beloften van dit
koninkrijk, hoe zij is ontstaan, wanneer zij is ontstaan, hoe dit
koninkrijk functineert etc.
1. Het
koninkrijk in profetie.
1. Daniel 2:
19- 49
In dit
stuk zien we dat Daniel de gave krijgt van God om de droom van
Nebukadnessar uit te leggen.
In deze
droom die Nebukadnessar kreeg zag hij een groot beeld, dit grote
beeld bestond uit vier delen. (vers 32- 33; 39- 42)
-Het
hoofd was van gedegen goud.
-Zijn
borst en armen van zilver.
-Zijn
buik en lendenen van koper.
-Zijn
benen van ijzer, zijn voeten deels van ijzer en leem.
We lezen
dat het beeld getroffen werd door een steen die “zonder toedoen
van mensenhanden” los was gekomen. (vers 34, 35) We lezen dat
deze steen die zonder toedoen van mensenhanden losgekomen was tot
een “grote berg werd die de gehele aarde vulde”.
In vers
44 lezen we dat dat God gedurende de dagen van het vierde koninkrijk
een koninkrijk op gaat richten “dat in eeuwigheid niet verloren
zou gaan”.
Er worden
dan een aantal belangrijke dingen genoemd over dit koninkrijk.
-Dit
koninkrijk zou in eeuwigheid niet verloren gaan.
-De
heerschappij van dit koninkrijk zou op geen andere volk meer
overgaan.
-Het zou
al die koninkrijken verbrijzelen en aan al die koninkrijken een
einde maken.
-Zelf zou
dit koninkrijk bestaan in eeuwigheid.
Als we
zien naar de woorden van vers 45 zien we ook dat de droom en de
uitleg betrekking had op de toekomst. Deze droom was waarachtig en
de uitleg betrouwbaar.
Laten we
wat meer over al deze dingen nadenken.
A. De 4
koninkrijken.
We lezen
in deze droom over 4 koninkrijken.
We lezen:
Dan 2:38 En overal, waar
mensenkinderen wonen, heeft Hij de beesten des velds en de vogelen
des hemels in uw hand gegeven; en Hij heeft u gesteld tot een
heerser over al dezelve; gij zijt dat gouden hoofd.
Dan 2:39 En na u zal een
ander koninkrijk opstaan, lager dan het uwe; daarna een ander, het
derde koninkrijk van koper, hetwelk heersen zal over de gehele
aarde.
Dan 2:40 En het vierde
koninkrijk zal hard zijn, gelijk ijzer; aangezien het ijzer alles
vermaalt en verzwakt; gelijk nu het ijzer, dat zulks alles
verbreekt, alzo zal het vermalen en verbreken.
Dan 2:41 En dat gij
gezien hebt de voeten en de tenen, ten dele van pottenbakkersleem,
en ten dele van ijzer, dat zal een gedeeld koninkrijk zijn, doch
daar zal van des ijzers vastigheid in zijn, ten welken aanzien gij
gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem;
Dan 2:42 En de tenen der
voeten, ten dele ijzer, en ten dele leem; dat koninkrijk zal ten
dele hard zijn, en ten dele broos.
Dan 2:43 En dat gij
gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem, zij zullen zich wel
door menselijk zaad vermengen, maar zij zullen de een aan den ander
niet hechten, gelijk als zich ijzer met leem niet vermengt.
Dan 2:44 Doch in de
dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk
verwekken, dat in der eeuwigheid niet zal verstoord worden; en dat
Koninkrijk zal aan geen ander volk overgelaten worden; het zal al
die koninkrijken vermalen, en te niet doen, maar zelf zal het in
alle eeuwigheid bestaan.
Het eerste en tweede koninkrijk:
We lezen in vers 38: “na u zal een ander koninkrijk opstaan, lager
dan het uwe”.
Er word dus gesproken over een koninkrijk “na u”.
Dit laat zien dat hier de eerste twee koninkrijken beschreven
worden.
Het derde koninkrijk:
We lezen in vers 39: “en daarna een ander, het derde koninkrijk van
koper hetwelk zal heersen over de gehele aarde”.
Het vierde koninkrijk:
Dan lezen we in vers 40- 43: “en het vierde koninkrijk zal hard zijn
gelijk ijzer, aangezien het ijzer alles vermaalt en verzwakt; gelijk
nu het ijzer, dat zulks alles verbreekt, alzo zal het vermalen en
verbreken. En dat gij gezien hebt de voeten en de tenen, ten dele
van pottenbakkersleem, en ten dele van ijzer, dat zal een gedeeld
koninkrijk zijn, doch daar zal van des ijzers vastigheid in zijn,
ten welken aanzien gij gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem;
En de tenen der voeten, ten dele ijzer, en ten dele leem; dat
koninkrijk zal ten dele hard zijn, en ten dele broos. En dat gij
gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem, zij zullen zich wel
door menselijk zaad vermengen, maar zij zullen de een aan den ander
niet hechten, gelijk als zich ijzer met leem niet vermengt”.
Dit vierde koninkrijk word beschreven als een koninkrijk van ijzer,
maar ook een koninkrijk van ijzer en leem.
De vier dieren van hoofdstuk 7.
In hoofdstuk 7 van Daniel word over vier dieren gesproken. Een
leeuw, een beer, een panter en een vierde dier dat vreselijk en
schrikwekkend was.
We lezen dan dat tijdens dit laatste koninkrijk iets heel bijzonders
gaat gebeuren.
We zien in vers 13 dat met de wolken des hemels iemand kwam gelijk
als een mensenzoon [Jezus Christus] Hem werd heerschappij gegeven,
eer en koninklijke macht. Alle volken natien en talen dienden Hem.
Hierin zien we een duidelijke referentie naar de Christus.
En dan vers 14b:
“Zijn
heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en
Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden”.
In deze woorden zien we dan een duidelijke link naar het tweede
hoofdstuk en de beschrijving die gegeven werd van het koninkrijk. We
spreken dus weer over hetzelfde koninkrijk.
Dit word verder duidelijk als we naar de uitleg van de droom kijken.
Als we kijken naar de uitleg van deze droom [15- 18] zien we in vers
17 dat de vier dieren vier koningen zijn. Dan zouden de heiligen het
koningschap ontvangen.
Wat we in deze dingen zien is dat het eerste koninkrijk duidelijk
een referentie is naar het koninkrijk van de Babyloniers. De koning
was Nebukadnessar, zijn zoon Belsassar werd regeerder in zijn plaats
en tegen hem werd gezegd: “Uw koningschap is gebroken en aan de
Meden en Perzen gegeven.
Dus het eerste koninkrijk is het Babylonische of het Chaldeese en
het tweede koninkrijk is van de Meden en de Perzen.
Het gehele boek van Daniel getuigd van het principe dat er vier
koninkrijken zouden zijn en terwijl het vierde koninkrijk aan het
regeren was zou God een koninkrijk opzetten wat nooit meer verloren
zou gaan.
We zien dan:
-1ste koninkrijk: Babylonië
-2de koninkrijk: Meden
en Perzen
-3de koninkrijk: Grieken
-4de koninkrijk:
Romeinen
We weten dat het tweede koninkrijk de Meden en de Perzen waren.
Jesaja spreekt erover in hoofdstuk 13 dat de Meden over de
Babyloniers zouden komen.
-Jes. 13: 17; Jer. 51: 11
Seculiere geschiedenis verteld ons dat het rijk van de Meden en de
Perzen overgenomen werd door de Grieken [Alexander de Grote] en dit
koninkrijk werd overgenomen door de Romeinen.
Al deze dingen geven getuigenis dat Christus de koning van het
komende koninkrijk Gods zou worden.
Daniel leefde in een donkere tijd, maar hij bracht licht.
B. De steen die zonder toedoen van mensen loskwam.
Als we kijken naar de droom van Daniel en het grote beeld, lezen we
in vers 34, 35 en 45 dat er door “een steen die zonder toedoen van
mensenhanden loskwam” het beeld werd getroffen en dit gehele beeld
verbrijzelde.
In dit alles zien we dat dit een “goddelijk” werk was. Alle delen
van het beeld werden verbrijzeld en werden als kaf op een dorsvloer.
De wind voerde al deze delen mede totdat er geen spoor meer van te
vinden zou zijn van al deze koninkrijken.
In deze dingen zien we dat dit koninkrijk een “Goddelijk” werk is en
dat zien we ook als we dit vergelijken met [Handl. 2: 29- 36 en
Fill. 2: 9- 11] in beide passages lezen we dat dit koningschap van
koninkrijk een Goddelijk werk is.
C. De
heerschappij zou nooit op een ander volk overgaan.
Christus
zou in dit koninkrijk regeren. We kezen in Matt. 28 dat Christus het
koningschap van de Vader heeft gekregen. We weten dat Hij regeert
totdat alles Hem onderdanig gemaakt is.
-Psalm 2
-Matt.
28: 18- 20
-Fill. 2:
9- 11
-1 Kor.
15: 28
We lezen
dit ook in het 7e hoofdstuk in vers 14, 18 en 27.
In deze
drie teksten lezen we over het koninkrijk van een mensenzoon [v. 13]
van Christus die koning gemaakt is door de Vader.
We lezen
dan:
Heb 1:13 En tot welken
der engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechter hand, totdat
Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten?
Alles zal aan Christus onderdanig worden, de heerschappij van dit
koninkrijk was voorbestemd aan Christus en niemand zal dit wegnemen
totdat alles is voltooid. Nooit zou een andere koning worden van dit
koninkrijk. Het is een koninkrijk van Gods-wege en daar kan niemand
tegenop.[Psalm 2: 2- 9]
D. Dit
koninkrijk zou nooit verloren gaan.
We weten
dat Christus door de Vader koning gemaakt is over dit koninkrijk.
-Matt.
28: 18- 20
-Fill. 2:
9- 11
We lezen
ook in 1 Kor. 15: 24, 25 dat dit koninkrijk over zal gaan aan de
Vader.
Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en den
Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben
alle heerschappij, en alle macht en kracht.
Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder
Zijn voeten zal gelegd hebben.
Dus de
gemeente, dit koninkrijk is bevestigd in Christus door Zijn dood en
opstanding, Christus regeert dit koninkrijk en zal het koningschap
overgeven aan de Vader.
Dit
koninkrijk is begonnen op de Pinksterdag en zal nooit meer verloren
gaan. Christus heeft het koningschap ontvangen van de Vader en de
Zoon zal dit aan de Vader teruggeven als de dood overwonnen is.
Dit
koninkrijk gaat nooit meer verloren, net zoals Daniel in zijn
gezichten duidelijk is gemaakt.
En dit
was de grote bemoediging in de dagen van Daniel voor het Joodse
volk. Er zou een hemels koninkrijk komen. Een koninkrijk dat nooit
meer verloren zou gaan.
2. Jesaja
2: 1- 5
A. De
laatste dagen.
In vers 2
word geschreven over de “laatste dagen”, dit is het tijdselement van
deze profetie.
Als we
dan naar het nieuwe Testament kijken zien we dat dit een referentie
is naar de bediening van Christus.
-Handl. 2: 16- 17
–2 Tim. 3: 1
-Hebr. 1: 1- 3
–2 Petrus 3: 3
Vergelijk
ook Daniel 2: 28. Ook daar word geschreven over “Maar
er is een God in den hemel, Die verborgenheden openbaart, Die heeft
den koning Nebukadnezar bekend gemaakt, wat er geschieden zal
in het laatste der dagen”.
In deze woorden zien we ook het verband tussen de woorden van Jesaja
en de woorden van Daniel. Beide spreken over iets dat staat te
gebeuren in het “laatst der dagen”.
Koppel daar Joel 2: 28- 32 aan vast en we zitten op de Pinksterdag.
[Handl. 2: 17, 18]
Maar dit
is het, wat gesproken is door den profeet Joel:
En het zal zijn in de laatste dagen,
(zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw
zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen
gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen.
En ook op Mijn dienstknechten, en op Mijn dienstmaagden, zal Ik in
die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren.
B. De
berg van het huis des Heeren.
In deze
term zien we ook de relatie tot de profetie die Daniel kreeg. Ook
daar werd gesproken over de berg die de gehele aarde zou vullen.
-Daniel 2: 35
Maar laat
ons een kijken naar:
-Hebr.
12: 22- 29
In de
tekst van Hebreen 12 zien we beschreven de universele gemeente van
Christus.
De
gemeente die Christus zou gaan bouwen (Matt. 16) waarvan de poorten
der hel niet tegen op zouden komen.
Deze
universele gemeente (het koninkrijk) was het koninkrijk tot welke de
ontvangers van de Hebreen-brief gekomen waren. Het was niet meer de
berg Horeb of Sinai, nee het was de ware berg des Heeren.
De berg die door de Heere zelf werd gebouwd.
We zien
een aantal opmerkelijke punten in dit stuk. We zijn gekomen tot het
hemelse Jerusalem. Dit in contrast tot het aardse Jerusalem.
De
gemeente word hier genoemd de stad van de levende God. Dit is de
grote vergadering der gelovigen dit in contrast tot de Israelieten
die zich aan de berg Sinai wenden.
We zien
tienduizendtallen van engelen, dit in contrast tot de engelen door
wie de wet is gegeven. (Handl. 7: 53; Gal. 3: 19)
We zien
de eerstgeborenen van het evangelie, dit in contrast tot de
eerstgeborenen van de Israelieten. (Ex. 24: 5; 19: 22) De middelaar
van het tweede verbond, Christus, staat hier in contrast tot de
middelaar van het eerste verbond, Mozes.
Verder heeft David hier over geschreven toen hij in Psalm 2 sprak
dat God de koning (Christus) over Zion Zijn heilige berg
heeft gezet.
Vers 7 van deze Psalm is vervuld in de opstanding van Christus.
-Handl. 13: 33
We zien dan dat dit alles vervuld is in Christus.
C. De wet
zou voortgaan vanuit Zion.
Als we kijken naar de nieuw Testamentische gemeente zien we dat deze
begonnen is in Jerusalem.
Op de Pinsterdag zien we dat de Apostelen vergaderd zijn in
Jerusalem, de Geest komt over hen en de eerste mensen (Joden) worden
toegevoegd aan deze gemeente.
Dit alles gebeurde vanuit Jerusalem.
-Lukas 24: 46- 52
-Handl. 1: 4
In de twee bovenstaande schriftplaatsen zien we dat de Apostelen
moesten wachten in Jerusalem tot ze zouden vervuld worden met kracht
uit den hoge. En ze werden vervuld met deze kracht, de Heilige
Geest, op de Pinksterdag.
Zie ook Zacharia 8: 3
-1 Tim. 3: 15
D. Al de naties.
We lezen dat alle naties zouden komen tot Jerusalem.
Als we kijken naar de bediening van Christus zien we dat Hij ten
eerste gekomen was voor het verloren huis van Israel.
Maar we lezen ook dat Hij andere schapen had [de Heidenen] en die
moesten ook gebracht worden en het zou één kudde worden.
-Joh. 10: 16
Psalm 2: 8; 22: 28; Jesaja 49: 6; Daniel 7: 13- 14
Als we kijken naar alle bovenstaande verzen dan zien we dat al deze
verzen spreken over het principe dat vele volken en natien zouden
komen tot de heilige berg van God.
We vinden daarin ook de vervulling van de belofte aan Abraham dat
hij de vader zou worden van vele volken. [Gen. 12: 3]
We zien dan ook als we kijken naar de brief aan de Galaten dat
Paulus spreekt over het principe dat als we in Christus zijn dat we
erfgenamen van de belofte aan Abraham zijn.
-Gal. 3: 29
De belofte van zaligheid door Christus is een belofte aan een ieder,
aan een ieder van elke natie, van elk volk en van elk geslacht.
E. Vrede.
We zien dan ook dat deze heilige berg een plaats zou zijn van vrede.
In de gemeente zien we dit vervuld. Christus is de vredevorst. Hij
is degene die alles heeft veranderd.
Jesaja 9: 6
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de
heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk,
Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst.
We zien ook toen Christus werd geboren dat er geschreven staat:
Lukas 2:14
Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen
een welbehagen.
God, door Zijn koninkrijk gegeven door Christus heeft ware vrede
gebracht.
Zijn koningschap is een koningschap van ware en zuivere vrede.
We lezen in Efeze dat in de gemeente vrede heerst door Christus die
de twee één heeft gemaakt.
In de gemeente zijn geen
wapens
meer maar geestelijke wapens.
-2 Kor. 10: 3- 5
In de gemeente zijn rechtvaardigheid, vrede en blijdschap het
hoogste goed. [Rom. 14: 17]
![]()