In deze
brief wil ik een aantal dingen met je delen.
Dingen
die te maken hebben met God, onze Maker, en onze eeuwige bestemming.
Ik ben
dingen gaan zien in het woord van God die ik nog nooit eerder had
gezien.
Ik ben
gewaar geworden van zaken die ik nog nooit eerder had ontdekt.
In het
verdere van deze brief wil ik graag een aantal punten naar voren
halen uit de evangelische en pinksterkringen die niet in
overeenstemming zijn met het geopenbaarde woord van God.
Ik wil
een aantal punten aanhalen en wat teksten daarbij geven. Het is niet
de bedoeling om deze dingen in deze brief uitgebreid te bespreken,
maar om in het kort een aantal teksten aan te reiken en wat woorden
hierover te delen. Op deze manier wil ik graag drie dingen bereiken.
Het
eerste wat ik graag wil is dat de samen dieper in het Woord van God
gaan, ten tweede om meer éénheid te zoeken onder diegene die geloven
in Hem en ten derde dat dit alles mag zijn tot glorie en eer van
Zijn grote naam.
In eerste
instantie willen ik graag wat woorden met je delen uit het boek van
Spreuken.
Spreuken
30: 5, 6
5
Alle
woord Gods is gelouterd; hun die bij Hem schuilen, is Hij ten
schild.
6
Doe niets
aan zijn woorden toe, opdat Hij u niet terechtwijze en gij een
leugenaar bevonden wordt.
In deze
verzen lezen we dat we niets mogen toevoegen aan het Woord van God
dat gelouterd is, het is zuiver.
Een ieder
die gaat toevoegen die zal als een leugenaar bestempeld worden.
Het is
mijn gebed dat we samen deze dingen mogen onverdenken om samen in
een waar geloof tot éénheid te komen, de éénheid waar de Bijbel over
spreekt.
Samen met
God kunnen we deze éénheid vinden en zo krachtig zijn naar de
wereld, een wereld die verloren gaat in zonde.
De mensen
die zeggen gelovig te zijn, de mensen die zeggen Christenen te zijn
zijn zwaar verdeeld in allerlei kampen, dit is ten glorie van de
duivel en niet ten glorie van God.
Ik
pretendeer niet de waarheid te bezitten, ik pretendeer niet alles te
weten maar ik wil wel mezelf laten verzinken in het gelouterde Woord
van God. Ik pretendeer wel om de wil van God te willen bezitten.
Ik vraag
je om dit samen met mij te doen om zo een éénheid te vinden die
alleen te vinden is in Christus, een éénheid die glorie brengt aan
God.
1. Over
de wedergeboorte.
Als we
kijken naar de evangelische en pinksterkringen dan zien we dat over
het algemeen gesteld word dat men Jezus moet aannemen in het hart en
dat we een zondaarsgebed zouden moeten bidden.
We willen
een aantal dingen overdenken aangaande de wedergeboorte.
A. Het
zondaarsgebed.
Hier een
voorbeeld van een zondaarsgebed.
Ik
citeer: (Uit een publicatie van een evangelische groep)
Bid u dit gebed a.u.b.
Here Jezus, ik kom tot u zoals ik ben. Ik vraag u Jezus om mij te
vergeven voor al mijn zonden die ik begaan heb tegen U en tegen God,
bewust zowel onbewust. Reinig mij met uw kostbare bloed die voor mij
gevloeid is op Golgotha kruis. Neem mij aan als een kind van u en
help mij, Jezus om u te volgen en te dienen mijn hele leven lang. In
Jezus naam. Amen.
Als we
dat zouden gedaan hebben dan zouden mensen Christen zijn. Maar de
vraag is of dit klopt.
Als we
kijken naar de Bijbel dan zien we nergens dat zondaars die
Christenen werden een gebed baden om behouden te worden. We kunnen
nergens zo'n voorbeeld vinden.
De vraag
is dan of dit een menselijk gegeven is of dat het van God komt.
De
voorbeelden ontbreken, dus stellen we de vraag of dit zondaarsgebed
van mensen of van God. Van de hemel of van mensen?
B. De
Bijbelse wedergeboorte.
Als we
dan gaan kijken naar de Bijbelse wedergeboorte dan zien we de
woorden van Jezus.
3
Jezus
antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij
iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.
4
Nikodemus
zeide tot Hem: Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan
hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren
worden?
5
Jezus
antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
tenzij
iemand geboren wordt uit water en Geest,
kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.
6
Wat uit
het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is
geest.
We lezen
ook:
Markus 16: 15- 16
15
En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld,
verkondigt het evangelie aan de ganse schepping.
16
Wie
gelooft en zich laat dopen,
zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden.
Dan lezen
we:
Titus 3: 5- 7
5 heeft Hij, niet om
werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar
zijn ontferming ons gered
door het
bad der wedergeboorte
en
der
vernieuwing door de Heilige Geest,
6
die Hij
rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze
Heiland,
7
opdat
wij, gerechtvaardigd door zijn genade, erfgenamen zouden worden
overeenkomstig de hope des eeuwigen levens.
Als we
deze teksten bekijken zien we dat water en doop gekoppeld worden aan
het ontvangen van de behoudenis.
We lezen
dan verder:
Handl. 2:
37, 38
37
Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen,
en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij
doen, mannen broeders?
38
En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u
late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving
van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes
ontvangen.
39
Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen,
die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal.
In Markus
lezen we dat de doop noodzakelijk is om behouden te worden en in de
tweede tekst lezen we dat de doop tot vergeving van zonden is.
Dus door
deze teksten leren we dat de doop noodzakelijk is om behouden te
worden, om vergeving van zonden te ontvangen moeten we gedoopt
worden op basis van geloof en bekering.
We lezen
nergens in het goede boek dat iemand moest gaan bidden om vergeving
van zonden te ontvangen.
In de
evangelische en pinksterkringen word geleerd dat de doop niet
noodzakelijk is om behouden te worden.
We horen
in de evangelische en pinksterkringen spreken over het aannemen van
Christus in het hart en over het zondaarsgebed.
Beide
principes komen we in de Bijbel niet tegen en de leer over de doop
is niet zoals het in de Bijbel word beschreven.
2. Over
het spreken in tongen.
We leven
in dagen dat in vele pinksterkringen in tongen word gesproken. In de
ene groep ligt daar wat minder nadruk op dan in de andere groep. Ook
word er in deze groepen geclaimd dat er kan worden geprofeteerd.
Als we
kijken naar de Bijbel wat profeteren een gedeelte om de waarheid van
God bekend te maken aan de mensen. Het spreken in tongen was een
teken voor ongelovigen.
Een
stukje geschiedenis:
Ten dage dat de Apostelen hun bediening hadden toen waren er alleen
de Oud-Testamentische geschriften, dat was het enige waar de mensen
op konden terugvallen.
Profeten
waren dan ook gegeven om de waarheid van God bekend te maken.
We lezen:
Efeze 2:
19- 22
19
Zo zijt gij dan geen
vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en
huisgenoten Gods,
20
gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten,
terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is.
21
In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een
tempel, heilig in de Here,
22
in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in
de Geest.
We lezen
ook dat profeten er waren om bepaalde dingen bekend te maken.
We lezen
dat bijvoorbeeld in Handelingen 21: 10, 11
Dus
profeteren en het spreken in tongen waren gaven gegeven aan de
vroege gemeente toen ze nog geen completer openbaring van God
hadden. Het profeteren werd gebruikt om de mens verder toe te
lichten in de wil van God en het spreken in tongen was een teken
voor ongelovigen.
Als we
dan kijken naar 1 Kor. 12- 14 lezen we de specifieke elementen en
regels over het profeteren en het spreken in tongen.
Temidden in deze drie hoofdstukken lezen we de volgende woorden.
1 Kor.
13: 8- 10
8
De liefde
vergaat nimmermeer; maar profetieen, zij zullen afgedaan hebben;
tongen, zij zullen verstommen; kennis, zij zal afgedaan hebben.
9
Want
onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren.
10
Doch, als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan
hebben.
Als we
kijken naar de Bijbel dan zien we dat Paulus spreekt over een tijd
dat tongen zouden verstommen, dat profetieen zouden ophouden en dat
kennis te niet gedaan zou worden.
En de
grote vraag is dan wat is het volmaakte waarover gesproken word in 1
Kor. 13.
Als we
dan lezen wat er geschreven word over profeteren en tongen lezen we
dat deze dingen de onvolkomene zaken waren. Het was een gedeelte van
het geheel.
Dus de
complete waarheid van het tweede verbond zou gegeven worden door de
Apostelen en profeten, maar als het volmaakte gekomen was zouden
deze dingen afgedaan hebben.
We weten
dat de complete waarheid door God is gegeven. We weten dat de
woorden die Jezus is begonnen te spreken is volmaakt door de
Apostelen.
We lezen:
Johannes
16: 12- 14
12
Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet
dragen;
13
doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid,
zal Hij u
de weg wijzen tot de volle waarheid;
want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal
Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.
14
Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het mijne
nemen en het u verkondigen.
In deze
bovenstaande tekst lezen we dat Jezus is begonnen met het prediken
van de waarheid van het tweede verbond, maar dat deze waarheid, het
volmaakte, zou worden volbracht door de Apostelen. Zo zien we dat
toen de Apostelen en de profeten het werk hadden volbracht dat de
waarheid, het volmaakte, was volbracht.
Zo was
het werk van de Apostelen en profeten ten dele, maar toen alle delen
bij elkaar kwamen mocht er gesproken worden van het volmaakte.
De
volmaakte wil van God van het tweede verbond.
Jacobus 1: 25
25
Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der
vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige
hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn
doen.
De tweede
verbond dat God gemaakt heeft door Christus is de volmaakte wet, die
der vrijheid is.
Het is de
volmaakte waarheid in Christus die ons werkelijk vrij kan maken.
En God
heeft deze perfecte volmaakte verbond aan ons gegeven door de
complete waarheid van het nieuwe Testament.
De
onvolmaakte en onvolkomene van profetie en het spreken in tongen is
niet meer nodig.
Judas 3
3
Geliefden, daar ik mij in alle opzichten beijver u te schrijven over
ons gemeenschappelijk heil, zie ik mij genoodzaakt het te doen met
de vermaning tot het uiterste te strijden voor het geloof, dat
eenmaal de heiligen overgeleverd is.
Zo is de
compete waarheid, het volmaakte, door God overgeleverd en is er geen
behoefte meer voor meer waarheid, want de waarheid is compleet.
Als
evangelische en pinksterkringen dan spreken dat er nog in tongen
gesproken kan worden en kan worden geprofeteerd word er tegen de
waarheid van het tweede verbond ingegaan en spreken ze woorden die
niet in overeenstemming zijn met de geopenbaarde woorden van God.
3. Over
tekenen en wonderen.
In vele
evangelische en pinksterkringen word er geloofd in tekenen en
wonderen.
Nu is het natuurlijk zo dat God nog steeds antwoord op het gebed van
de rechtvaardige en dat God supernatuurlijke dingen kan doen door
deze gebeden.
Als we
kijken naar de Bijbel dan waren de tekenen, wonderen en krachten van
de Apostelen en later van gelovigen niet alleen maar
supernatuurlijke zaken, nee deze hadden een hele speciale betekenis.
In de
Bijbel lezen we dat tekenen en wonderen elementen waren om de
woorden van Christus en van de Apostelen te bevestigen.
Markus
16: 15- 20
15
En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld,
verkondigt het evangelie aan de ganse schepping.
16
Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie
niet gelooft, zal veroordeeld worden.
17
Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn
naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij
spreken,
18
slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets
dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen
zij de handen leggen en zij zullen genezen worden.
19
De Here Jezus dan werd, nadat Hij tot hen gesproken had,
opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand Gods.
20
Doch zij gingen heen en predikten overal, terwijl de Here
medewerkte en het woord bevestigde door de tekenen, die erop
volgden.
Hebr. 2:
1- 4
1
Daarom
moeten wij te meer aandacht schenken aan hetgeen wij gehoord hebben,
opdat wij niet afdrijven.
2
Want
indien het woord, door bemiddeling van engelen gesproken, van kracht
is gebleken, en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtmatige
vergelding heeft ontvangen,
3
hoe
zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een
heil, dat allereerst verkondigd is door de Here, en door hen, die
het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is overgeleverd,
4
terwijl ook God getuigenis daaraan geeft door tekenen en
wonderen en velerlei krachten
en door de Heilige Geest toe te delen naar zijn wil.
In deze
tekst lezen we dat God het woord dat gesproken werd door de
Apostelen bevestigde met wonderen en tekenen die daarop volgden.
In de
tijd van de Apostelen was er alleen het oude Testament dus gaf God
hun wonderen en tekenen om de woorden die zijn spraken te bevestigen
met tekenen en wonderen.
De
Apostelen en de gelovigen bezaten deze gaven omdat er veel mensen
waren die claimden vanuit God te spreken, maar de Apostelen en de
gelovigen konden hun woorden bevestigen doordat God meedegetuigde
door wonderen, tekenen en krachten.
Omdat we
nu het complete woord van God bezitten hoeft dit woord niet meer
bevestigd te worden, een ieder kan het lezen, dus zijn de tekenen en
wonderen niet meer nodig.
Zeggen we
daarbij dat God geen bovennatuurlijke dingen meer kan doen.
Nee, we
geloven zeker dat God nog steeds bovennatuurlijke zegeningen kan
brengen in de levens van Christenen, door het gebed van de
rechtvaardige kan God zieken beter maken en onze gebeden op manieren
verhoren die boven het menselijke reiken.
Maar dit
is natuurlijk een groot verschil met de tekenen en wonderen die de
grote Christus en de Apostelen deden in de eerste eeuw.
4. De rol
van de man en vrouw in de gemeente.
Als we
kijken naar evangelische en Pinksterkringen zien we dat veel vrouwen
in deze groepen leidinggevende functies bezitten in de collectieve
samenkomsten.
En we
stellen dan de vraag of dit juist is en in overeenstemming is met
het Woord van God.
We lezen:
1 Kor.
14: 33- 35
33
want God is geen God van wanorde, maar van vrede. Zoals in
alle gemeenten der heiligen
34
moeten de vrouwen in de gemeenten zwijgen; want het is
haar niet vergund te spreken, maar zij moeten ondergeschikt
blijven, zoals ook de wet zegt.
35
En als zij iets willen te weten komen, moeten zij thuis
haar mannen om opheldering vragen; want het staat lelijk voor
een vrouw te spreken in de gemeente.
In deze
tekst lezen we dat een vrouw niet mag spreken in de samenkomsten van
de gemeente. Als de vrouwen wat willen vragen lezen we dat deze dat
thuis mogen vragen aan haar man.
We lezen
verder:
1 Tim. 2:
8- 12
8
Ik wil dan, dat de mannen op iedere plaats bidden met
opheffing van heilige handen,
zonder toorn en twist.
9
Evenzo,
dat de vrouwen zich sieren met waardige klederdracht, zedig en
ingetogen, niet met haarvlechten en goud of paarlen en kostbare
kleding,
10
maar (zo immers betaamt het vrouwen, die voor haar godsvrucht
uitkomen) door goede werken.
11
Een vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid, laten
onderrichten,
12
maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag
over de man heeft; zij moet zich rustig houden.
We lezen
in deze tekst twee dingen. In de eerste plaats dat mannen op elke
plaats met opheffing van heilige handen moet bidden en in de tweede
plaats dat een vrouw niet mag onderrichten.
Verder
lezen we dat een ouderling de man moet zijn van één vrouw, dit laat
ook zien dat de positie van een ouderling alleen mag worden vervuld
door een man.
In de
samenkomsten moet een vrouw zwijgen. Dit is een compleet zwijgen
omdat de tekst schrijft: “als ze iets te willen te weten komen,
moeten zij thuis haar mannen om opheldering vragen”.
Al deze
woorden laten zien dat een vrouw niet de positie kan hebben van
ouderling, deze woorden laten zien dat een vrouw in de gemeente moet
zwijgen en dat een vrouw in alle omstandigheden zich laat
onderrichten.
Betekent
dit dat een vrouw nooit onderwijs zou kunnen geven, en het antwoord
is nee.
Een vrouw
kan onderricht geven aan andere vrouwen.
Titus 2:
3- 5
3
Oude
vrouwen eveneens, priesterlijk in haar optreden, niet kwaadsprekend,
niet verslaafd aan veel wijn, in het goede onderrichtende,
4
zodat zij
de jonge vrouwen opwekken man en kinderen lief te hebben,
5
bezadigd,
kuis, huishoudelijk, goed en aan haar man onderdanig te zijn, opdat
het woord Gods niet gelasterd worde.
Dus voor
de oudere vrouwen is er wel daadwerkelijk een taak naar de jongere
vrouwen.
Verder
lezen we:
Handl.
18: 24- 28
24
En een zekere Jood, genaamd Apollos, geboortig uit
Alexandrie, een geleerd man, doorkneed in de Schriften, kwam te
Efeze.
25
Deze was ingelicht omtrent de weg des Heren en, vurig van
geest, sprak en leerde hij nauwkeurig hetgeen op Jezus betrekking
had, ofschoon hij alleen wist van de doop van Johannes.
26
En deze begon vrijmoedig op te treden in de synagoge. En
toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen zij hem tot zich en
legden hem de weg Gods nauwkeuriger uit.
27
En toen hij naar Achaje wilde oversteken, moedigden de
broeders hem daartoe aan en schreven aan de discipelen, dat zij hem
vriendelijk moesten ontvangen. Deze, daar aangekomen, was door Gods
genade van veel nut voor hen, die geloofden.
28
Want onvermoeid bestreed hij de Joden in het openbaar en
bewees uit de Schriften, dat Jezus de Christus is.
Zo zien
we een man en een vrouw samen die de weg van God beter uitleggen aan
Apollos.
De vrouw
zal daarin ook een nederige en stille geest laten zien.
In al
deze dingen zien we dat een vrouw wel kan onderrichten, maar nooit
in de gemeente.
In de
gemeente moet de vrouw zwijgen. Zelfs buiten de gemeente laat ze een
stille en nederige geest laten zien. De man zal degene zijn die
onderricht geeft.
5. Het
avondmaal.
Als we
kijken naar evangelische en Pinksterkringen zien we dat in de meeste
van deze groepen het avondmaal één keer per maand word gehouden.
In andere
groepen één keer per kwartaal en in ander één keer per jaar. En de
vraag die we stellen is waarom dit zo word gedaan.
Als we
naar de Bijbel kijkt dan zien we het volgende:
Handl. 2: 41- 43
41
Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er
werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen.
42
En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de
gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.
43
En een vreze kwam over alle ziel; en vele wonderen en tekenen
geschiedden door de apostelen.
Handl. 20: 7
7
En toen wij op de eerste dag der week samengekomen waren
om brood te breken,
hield Paulus een toespraak tot hen en, daar hij van plan was de
volgende dag te vertrekken, zette hij zijn rede voort tot
middernacht.
1
Kor. 11: 23- 26
23 Want
ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb,
dat de Heere Jezus in den nacht, in welken Hij verraden werd, het
brood nam;
24
En als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet,
dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn
gedachtenis.
25
Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des
avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in
Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot
Mijn gedachtenis.
26
Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen
drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat
Hij komt.
Zo lezen
we dat de gemeenten in de Bijbel samenkwamen op de eerste dag van de
week om het brood te breken.
Mogen wij
dit als mensen zomaar veranderen?
Zij
kwamen samen en wij volgen hun voorbeeld. Wiens voorbeeld zullen we
volgen?
6. De leer van de erfzonde.
Als we
kijken naar de evangelische en Pinksterkringen dan zien we dat in de
meesten van deze groepen word geleerd dat kinderen in conceptie een
kind zijn dat de zonde-schuld van Adam met zich meedraagt.
Dus in conceptie is elk kind beladen met schuld.
En de
vraag is of dit klopt.
We lezen:
Romeinen
5: 12
12 Daarom, gelijk door
een mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de
dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen
gezondigd hebben;
Deze tekst verteld ons:
1. De zonde is door een mens (Adam) de wereld ingekomen.
2. Door de zonde is de dood in de wereld gekomen.
3. Zo is de dood tot alle mensen doorgegaan.
4. Omdat allen gezondigd hebben.
1. Deze tekst verteld ons dat de zonde door Adam de wereld is
binnengekomen. Dit is natuurlijk gebeurd in de hof van Eden. (Gen.
2-3 ) Adam was degene die als eerste heeft gezondigd. Hij heeft dat
gedaan als hoofd/representatief van alle mensen.
2. Door deze zonde van Adam is ook de dood, zowel de fysieke als de
geestelijke dood de wereld ingekomen.
3. Zo is dan de dood tot alle mensen doorgegaan. Maar hier moeten we
goed opletten. Want in het volgende punt zien we waarom deze dood
tot alle mensen is doorgegaan.
4. Deze dood is tot alle mensen doorgegaan “omdat allen gezondigd
hebben”.
Dus we lezen hier dat de dood tot alle mensen is doorgegaan omdat
allen gezondigd hebben.
Wat we
wel zien is dat de fysieke dood tot allen is doorgegaan vanwege
Adam.
Dit is wel iets dat de Bijbel duidelijk stelt.
1 Kor.
15: 21- 22
21 Want,
dewijl de dood er is door een mens,
is ook de opstanding der doden door een mens.
22 Want evenals in Adam
allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt
worden.
23 Maar ieder in zijn
eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus
zijn bij zijn komst.
In deze tekst zien we wel duidelijk dat we iets van Adam ge-erft
hebben en dat is de fysieke dood. Maar zoals we in hem allemaal
gestorven zijn, zullen we door Christus allemaal opstaan.
We zien hier dat er gesproken word over de “opstanding der doden”.
Een referentie naar de fysieke opstanding.
Ook is
het zo dat we allemaal in een wereld van vruchteloosheid geboren
worden.
We worden
allemaal in een in-perfecte wereld geboren met alle gevolgen van
dien.
Maar dat
is niet om te zeggen dat elk kind in conceptie een zonde-schuld met
zich meedraagt, dat is niet wat de Bijbel leert.
7. De
leer over tienden.
In vele
evangelische en Pinksterkringen word geleerd dat we tienden zouden
moeten geven. Maar is dit zo, dit is de vraag die we stellen.
We lezen:
2 Kor. 9:
6- 8
6
Bedenkt
dit: wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait,
zal ook mildelijk oogsten.
7
En ieder
doe, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met
tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief.
8
En God is
bij machte alle genade in u overvloedig te schenken, opdat gij, in
alle opzichten te allen tijde van alles genoegzaam voorzien, in alle
goed werk overvloedig moogt zijn.
Christenen leven onder het verbond van Christus, [Hebr. 1: 1- 3; 7:
12; 9: 15- 17]
Christenen leven niet onder de wet van Mozes, of onder het eerste
verbond, nee Christenen leven onder het tweede verbond, het verbond
dat gebracht is door Christus.
Tienden was een principe uit de wet van God gegeven door Mozes voor
de kinderen van Israel.
Zo heeft
God een nieuw verbond gebracht door Christus en in dit verbond is
geen sprake van tienden. Nergens in dit verbond lezen we over
tienden, nee wat we wel lezen is dat we moeten geven zoals we in ons
hart hebben voorgenomen want God heeft de blijmoedige gever lief.
Dat is
het principe van het verbond van Christus. Zo is het dan in
evangelische en Pinksterkringen dat er leringen worden geleerd die
uit het oude verbond zijn.
8. Over
kerst en andere “Christelijke feestdagen”.
Als we
kijken naar evangelische en Pinksterkringen dan zien we dat daar van
allerlei zogenoemde Christelijke feestdagen gevierd worden.
En de
vraag is, waar lezen we dat deze feesten in de bijbel voorkomen.
Als we
werkelijk niets mogen toevoegen aan de Bijbel, zijn we dan niet in
overtreding als we deze feesten gaan vieren.
En dat niet alleen, maar het feest der feesten het avondmaal, hebben
we veranderd in elke maand, of elke drie maanden of elk jaar en we
zijn zelf feesten gaan toevoegen.
Waar komt
Kerstfeest vandaan?
Hoewel
het misschien raar klinkt, moeten we eerst stellen dat kerst in de
eerste periode van het christendom helemaal niet bestond. Er werd
door de christenen die de eerste 200 jaar na Christus leefden geen
kerst gevierd. Er was in die tijd niemand die zich bezig hield met
‘het kindje Jezus’ of de ‘geboortedag’ van Jezus. Het was niet eens
de gewoonte om een verjaardag te vieren, alleen de Romeinen vierden
verjaardagen. Voor christenen en Joden was het daardoor helemaal
ondenkbaar om een dergelijk feest te vieren.
Naarmate
de christenheid zich meer en meer uitbreidde onder heidense
volkeren, kwamen ook steeds meer heidense gebruiken binnen de
leefwereld van de christenen. Romeinen die gewend waren hun
verjaardag te vieren stopten daar niet altijd mee nadat ze bekeerd
waren tot het christendom.
In 221 na
Christus opperde Julius Africanus (160 – 240) als eerste dat het
goed zou zijn 25 dec. als gedenkdag in te stellen voor de geboorte
van Jezus Christus.
Julius Africanus was een belangrijk Romeins legerofficier en (zoals
we in hoofdstuk 3 uitgebreid zullen lezen,) een aanhanger geweest
van de religie van Mitras.
Julius was een vriend van koningen en keizers en bekeerd tot het
christelijk geloof.
Omdat de Romeinen op 25 december al een feest vierden ter ere van
hun god Mitras vond Julius het een goede 'tegenhanger'. Mogelijk
heeft Julius niets verkeerds in de zin gehad omdat we moeten
beseffen dat het vieren van een verjaardag voor een Romein een
eerbetoon was aan de jarige.
Niet zo zeer het idee om de geboorte van Jezus Christus te gedenken,
maar vooral de dubieuze datum 25 december viel niet in goede aarde
bij veel bisschoppen.
Toch begon het idee om de geboorte van Jezus te vieren steeds meer
zijn ingang te vinden in de toenmalige christelijke wereld.
(Bron:
http://members.ziggo.nl/peter7/kerst/kerst.html)
In al deze dingen zien we dat Kerst zelfs een totaal Heidense
achtergrond en begin heeft. En dan rijst de vraag, waarom vieren we
Kerst.
Eén ding weten we zeker, Kerst heeft geen Bijbelse grond. En zo zijn
er andere zogenoemde “Christelijke feestdagen”. Al deze dagen worden
niet genoemd in de Bijbel. Waar komen ze vandaan, van God of van de
mensen?
9. De
gemeente.
We willen
een aantal woorden delen over de gemeente zoals hij in de Bijbel is
geschreven. Als we naar de Bijbel kijken dan zien we dat Christus
één gemeente heeft gebouwd en het is Zijn gemeente.
Deze
gemeente moet altijd bouwen op de principes die Christus en Zijn
discipelen hebben uitgedragen.
Alleen de
waarheid, de volmaakte waarheid, gebracht door Christus is de
waarheid waarin wij moeten wandelen, alles wat meer of minder is is
verkeerd.
A. Er is
één Heere Jezus die Zijn gemeente zou bouwen.
We lezen:
Mattheus
16: 16- 18
17
En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon,
Bar-jona! want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar
Mijn Vader, Die in de hemelen is.
18
En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal
Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve
niet overweldigen.
19
En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der
hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen
gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de
hemelen ontbonden zijn.
In deze
passage lezen we dat Christus Zijn gemeente zou gaan bouwen.
Wij als
mensen kunnen geen gemeente bouwen anders dan op het fundament van
Christus.
En dat is
ook wat de Apostelen deden, zij bouwden op het ware en zuivere
fundament van Christus.
-1 Kor.
3: 13
Er is een
zuiver evangelie, dit evangelie moet overal hetzelfde zijn.
Jezus
heeft ervoor gebeden:
Johannes
17: 20- 22
20
En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door
hun woord in Mij geloven,
21
opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en
Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij
Mij gezonden hebt.
22
En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun
gegeven, opdat zij een zijn, gelijk Wij een zijn:
De
éénheid waar Christus voor bad was een éénheid zoals de Vader en de
Zoon één zijn.
En we
vragen dan, is de verscheidenheid die we vinden in gemeenten de
verscheidenheid waar Christus voor bad?
B. Paulus
leerde in alle gemeenten dezelfde leringen.
Als we
kijken naar de leringen die Paulus bracht lezen we daarover dat dat
overal hetzelfde was.
1 Kor. 4:
17
17
Juist hierom heb ik Timoteus tot u gezonden, die mij een
geliefd en trouw kind is in de Here. Hij zal u mijn wegen in
Christus Jezus indachtig maken, zoals ik die overal in elke
gemeente leer.
1
Kor. 7:
17
17
Alleen, laat ieder zo leven, als de Here hem toebedeeld
heeft, zo, als God hem geroepen heeft. Zo schrijf ik het in alle
gemeenten voor.
Zo kon
Paulus ook schrijven:
1
Kor. 1:
10
10
Doch ik vermaan u, broeders, bij de naam van onze Here Jezus
Christus: weest allen eenstemmig en laten er geen scheuringen onder
u zijn; weest vast aaneengesloten, een van zin en een van gevoelen.
Zo zien
we dat Christus één gemeente aan het bouwen is met één leer.
Dat is de
waarheid in Christus.
Efeze 4:
1- 6
1
Als
gevangene in de Here, vermaan ik u dan te wandelen waardig der
roeping, waarmede gij geroepen zijt,
2
met alle
nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in
liefde te verdragen,
3
en u te
beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes:
4
een
lichaam en een Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop
uwer roeping,
5
een Here,
een geloof, een doop,
6
een God
en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen.
In
Christus hebben we waarlijk reden om één te zijn, in de wereld kan
dit niet bereikt worden maar in Christus is dit allemaal mogelijk.
Ik zou zo
graag willen dat we hier allemaal meer aan werken.
Laten we
samen deze dingen onderzoeken met nederigheid, met zachtmoedigheid,
met lankmoedigheid en elkaar in de liefde van Christus te verdragen.
Laten we
de éénheid zoeken zonder welke we Hem niet welgevallig kunnen zijn.
Mensen
het gaat over onze ziel en over onze eeuwige bestemming.
![]()